Door Ton van der Kroon
Zoals ieder jaar arriveer ik in
de holst van de nacht op Ben Gurion Airport in Tel Aviv. ‘What’s the purpose of
your visit?’ vraagt de jonge dame in het hokje. ‘Tourism’, antwoord ik. Zo, die
drempel is ook weer genomen. Ik ben binnen. De taxi brengt me via Jeruzalem
direct naar het hotel in Jericho, waar ik mijn bed induik. ‘s Morgens wordt ik
wakker door het gezang van vogels en het geblaat van schapen. Een hele kudde
trekt aan mijn raam voorbij. In het oosten komt de zon op. Another day in
paradise…
Jericho ligt in de dode Zee
vallei, een kom van 300 meter onder de zeespiegel. 10.000 jaar geleden was hier
een weldadige natuur van palmbomen, riviertjes, dieren, vogels en planten. De
eerste kleine steden onstonden, waarvan Jericho de oudste is. De bewoners
vereerden de maangodin of moeder aarde, waar kleine opgegraven beeldjes nog aan
herinneren. Het verhaal gaat dat enkele eeuwen later twee steden door God
worden vernietigd door hun zondige gedrag: mannen doen het met mannen; niemand
luistert naar God en er is geen rechtschapen man of vrouw meer te vinden. Sodom
en Gomorra verdwijnen in de Dode Zee. Onlangs heeft de NASA bevestigd dat er
twee steden in de Dode Zee liggen.
De huidige situatie van de Dode
Zee vallei steekt schril af bij het paradijselijke beeld van vroeger.
Dwars door de vallei loopt de grens tussen Jordanie en Israel. De rivier de
jordaan is bijna opgedroogd en het niveau van de Dode Zee daalt ieder jaar met
bijna een meter. Overal zijn check-points, wegblokkades en Israelische
soldaten. Jericho is omsloten door Israelische wegen en versperringen. Een
Palestijns eilandje in een Israelische bezet gebied dat sinds de Intifada los
staat van de buitenwereld. Er kan niemand meer uit en er komen nog maar weinig
mensen in. Dat geeft het kleine stadje een sfeer die doet denken aan een
Western, maar dan in het midden Oosten. Gele taxi’s rijden op en neer, de wegen
zijn slecht, de huizen ogen bouwvallig en overal ligt troep. Toch is de
schoonheid van de oase nog als vroeger: de palmbomen, bougainville, bloemen,
ezels en schapen zijn niet anders dan eeuwen geleden, en door de grote hitte in
de vallei is de sfeer rustig en gelaten. Het leven gaat gewoon door…
Als ik de lobby inloop van het
hotel ontmoet ik de hele staf die zit te vergaderen. Riad Hamad, de
hotelmanager; Mister Aref, chef horeca; Sammy, de barman; Reema, de
schoonmaakster; Enram en Enram, de twee badmeesters die toevallig dezelfde naam
hebben; de receptionist; en de kok. ‘Hello, mister Ton, welcome to Jericho.’Ik
ken inmiddels iedereen en in de afgelopen vijf jaar hebben we een goede band
opgebouwd. ‘You are not our guest, you are our family’ verzekert mister Aref me
iedere keer. Inmiddels heeft hij al twee keer mee gedaan met een workshop op de
vorige conferenties. De sfeer in het hotel doet denken aan de Palestijnse
variant van ‘Are you being served?’
Als ik mijn ontbijt op heb komt
Jamal, de taxi-chauffeur langs. Hij heeft gehoord dat ik in de stad ben en komt
zijn nieuwe auto laten zien. Glanzend nieuw en bananengeel. Jamal is een kleine
man uit een grote familie in Jericho en vaak zie ik klonen van hem rondlopen
die ongetwijfeld zijn broers zijn. Ze lijken allemaal op elkaar. Jamal is een
hele goede vriend geworden. Ieder jaar hebben we vele gesprekken in de auto
over relaties, huwelijk, godsdienst, de oorlog, maar vooral over voetbal.
Voetbal is zijn grote passie en hij weet alles, maar dan ook alles van het
Nederlandse elftal. Ik weet niets van voetbal, maar heb wel een kado meegenomen
voor hem dat hem zal verrassen: een oranje T-shirt uit 88 met Marco van Basten
op de rug. ‘You bought this in the shop of the brother of Johan Cruyff, yeah?’
vraagt hij terwijl hij het antwoord al weet. Ik verbaas me hoe hij de winkel
kent, die in amsterdam toevallig om de hoek van mijn huis ligt.
In de twee dagen na mijn
aankomst arriveren de andere 19 deelnemers voor de 5e Healing Conferentie.
Sommigen hebben al enkele dagen door Israel gereisd. Voor anderen is het de
eerste kennismaking met het ‘Heilige land’.
De deelnemers van de
conferentie maken met elkaar het programma. Er worden uitstapjes
georganiseerd naar o.a. Jeruzalem, Qumran, de vindplaats van de dode Zee rollen
en de woonplaats van de mystieke Essenen, Masada, waar de laatste Joden
zelfmoord pleegden toen de Romeinen het heilige land veroverden, Bethlehem,
waar de geboortekerk staat van Jezus en Hebron, de stad van aartsvader Abraham
en moeder Sara. In Israel struikel je over de historische en religieuze
plekken. Iedere steen of bron heeft wel een verhaal uit de oudheid dat verwijst
naar deze of gene profeet of koning.
Onderwijl worden de contacten
met de Palestijnse bevolking gelegd, zij het met enige cultuur-hobbels en
taal-barrieres. Is reiki een oude esseense geneeswijze of een moderne behandelwijze
door artsen? Geef je vrouwen wel of geen hand? Zing je ‘Joshua won the battle
of Jericho’ nu wel of niet als je in Jericho bent? En in welk gebied en bij
welke grenspost zeg je shalom c.q. salaam? In dit kleine land met zijn grote
tegenstellingen is er voor de buitenlander soms geen touw meer aan vast te
knopen… Palestina mag dan the Holy Land genoemd worden, er is weinig heelheid
of heiligheid te vinden.
De conferentie eindigt met volle
maan, en ieder gaat zijns weegs. We hebben een prachtige week achter de rug,
vol van ervaringen, indrukken, confrontaties en zegeningen. Samen met anderen
besluiten we om de komende drie jaar toe te werken naar een groots en
feestelijk ritueel in 2012, als het stadje zijn 10.000ste verjaardag viert.
Het voelt alsof dit onze
opdracht is, op de diepste plek ter aarde het moment van 2012 vorm te geven en
de vrouwelijke energie van ‘the city of the moon’ opnieuw te eren.
Deel 2: Gaza
Op zondag 10 mei reis ik samen
met drie collega’s, Monique, Maria en René naar Jeruzalem. Voor ons staat het
tweede deel van de reis op het programma: een week in de Gazastrook, waar we
zullen werken met de acteurs en dramadocenten van Theatre Day Productions, een
Palestijnse theaterschool. Maar terwijl voor mij inmiddels de toegang geregeld
is, is het nog onzeker of er voor de andere drie toestemming zal komen. Jan en
Jackie, het echtpaar dat de school runt, besluiten dat we met zijn drieëen in
ieder geval moeten vertrekken, en ik neem afscheid van Maria, monique en René.
Ze blijven achter in Jeruzalem, wachtend op eventueel bericht van het
Israelische leger. Ik scheur met Jan en Jackie door de groene heuvels van het
land van melk en honing richting Erez, de toegangspoort tot de Gazastrook. Als
we aankomen blijkt dat mijn toestemming is ingetrokken: het paspoortnummer
klopt niet. We overleggen aan de poort en ik vertel dat ik onlangs mijn
paspoort heb vernieuwd. Terwijl we wachten komt toevallig de beambte de poort
uit rijden die de toegang regelt. Jackie spreekt hem aan, en vraagt hem toestemming
voor mij en de andere drie. Voor mij lukt het, de andere drie blijft onzeker.
Als we eenmaal door de grote
hangar heen zijn, komen we bij een kleine deur in een 8 meter hoge muur: de
enige Israelische toegang tot de gazastrook, dat plus minus 10 bij 40 kilometer
groot is. Aan de andere kant zien we een gebied dat lijkt op een Mad Max movie
landschap: zandhopen, kapotgeschoten beton, en een stuk niemandsland dat
volledig kaal gebombardeerd is. Na een halve kilometer lopen komen we aan de
Palestijnse grenspost. De Hamas wacht ons op en checkt onze bagage. Dat is
nieuw, dit jaar. Ze gaan steeds meer lijken op hun bezetters, bedenk ik.
Dat is een wonderlijk fenomeen:
de israeliers zijn steeds meer gaan lijken op de Duitsers in de tweede
wereldoorlog, inclusief het creeeren van concentratiekampen met prikkeldraad en
wachttorens en controleposten, en de Hamas gaat steeds meer technieken en
manieren overnemen van de Israeliers, inclusief allerlei controle,
onderdrukking en martelingen. Mensen zijn wonderlijke wezens.
Als ook die hindernis genomen
is, rijden we per taxi de Gazastrook in. Na de oorlog in januari vrees ik het
ergste, maar wat ik zie valt in eerste instantie mee. Vreemd genoeg is er in de
stad niet veel ravage te zien. ‘Je ziet het niet aan de buitenkant. Het is
hetzelfde met de mensen,’ vertelt Jackie. ‘Niemand praat over de oorlog, alsof
er niets gebeurd is. Erg verontrustend…’ Dat versterkt nog meer mijn bange
vermoedens. Waar het vorig jaar leek op een samenleving die op de rand van de
afgrond stond, zo is het dit jaar niet duidelijk wat er gaande is, maar één
beeld dringt zich op: dit is een volk dat over de rand is gevallen. Zestig jaar
bezetting, isolatie en uiteindelijk opsluiting heeft zijn tol geëist. Wat eens
een bloeiende kuststreek was is veranderd in de grootste openluchtgevangenis
van de wereld: 1,5 miljoen mensen waarvan twee derde kinderen. ‘De oorlog in
januari was niet zozeer een gevecht tussen twee gelijkwaardige partijen, maar
meer een strijd tussen een kind en een tank,’ vertelt Jan. Hij is de
nederlandse oprichter van Theatre Day Productions en werkt al 15 jaar in de
Gazastrook. ‘Ze konden nergens heen vluchten tijdens de bombardementen. Dat is
nog niet eerder voorgekomen in de menselijke geschiedenis. Meer dan 300
kinderen werden gedood, scholen, ziekenhuizen en zelfs ambulances werden
gebombardeerd, en de hele infrastruktuur is vernietigd.Aan de andere kant
vielen 13 doden, waarvan vijf door eigen geschut.’
Als we bij het theater aankomen
omhels ik de acteurs die ik inmiddels zo goed ken van vorige jaren. Het werk
begint. De middag gebruiken we om het programma van de komende dagen te
plannen: Er zijn 10 acteurs, 8 actrices, 5 staf, en 40 jonge dramadocenten die
het zomerprogramma voor 2000 kinderen begeleiden.
We besluiten om, ondanks de
gescheiden werelden van mannen en vrouwen, met het hele vaste team tesamen te
werken; directie, staf, acteurs, actrices, technici en schoonmakers. Daarnaast
twee losse ochtenden voor de 40 dramadocenten.
Het programma van de workshop
met een groot labyrint, en terwijl de muziek door het theater klinkt wandelen
de 26 mensen van TDP een voor een het labyrint in. Voetje voor voetje, in
stilte, om opnieuw de afgelopen jaren en weken te herleven. Door de stress van
de oorlog is niemand meer in staat om stil te staan en de rust te nemen om de
pijn van het verleden te verwerken. Iedereen rent maar door in het gewone
leven, maar het labyrint dwingt ze om terug te keren op hun schreden.
Schuifelend naar het midden breekt de een na de ander; sommigen beginnen te
huilen, anderen vallen op de grond, mannen en vrouwen omhelzen elkaar om elkaar
te steunen, en sommigen kijken verdwaasd voor zich uit. Een vrouw valt flauw en
kan niet verder. Na twee uur is het theater zwanger van emoties en de groep
gelouterd door de magische sfeer van het labyrint. Jackie komt naar me toe. ‘Ze
zijn binnen!’ roept ze. Terwijl wij het labyrinth liepen kregen Maria, Monique
en Rene toestemming om de Gazastrook in te komen. Als ik later thuis ben
begrijp ik pas wat een wonder het is dat we alle vier binnen zijn: artsen en
hulpverleners zitten dan al 50 dagen aan de grens zonder toegang te krijgen…Het
is duidelijk dat er een leger beschermengelen met ons meereist.
In de dagen die volgen horen we
steeds meer verhalen over de verschrikkingen van de oorlog. Natal, die elf
vrienden heeft verloren en ‘s nachts hielp bij het redden van mensen. Met zijn
blote handen moest hij beton optillen om mensen en kinderen eruit te halen.
Zijn ogen staan donker en mat. Hij vertelt dat hij sinds twee weken ruzie heeft
met zijn vrouw en niet meer met zijn kinderen kan spelen. Murei vertelt dat
haar man in de gevangenis zat. ‘s Nachts liep ze dwars door de bombardementen
heen om de Hamas te smeken haar man vrij te laten voordat de gevangenis
gebombardeerd zou worden. Maar er zijn ook positieve verhalen: Mohammed, die al
vele jaren bij TDP werkt en ieder jaar tijdens de workshop buiten bewustzijn
viel, heeft nieuws. Hij gaat trouwen. Bij de dramadocenten zijn vier nieuwe
koppels ontstaan. Liefde en leed wisselen elkaar af, en in de vier dagen dat we
met iedereen werken waait er een heel nieuwe wind door het theater; depressie
verdwijnt en mensen kunnen weer lachen, huilen en met elkaar praten. Natal komt
een ochtend met een bos witte anjers aan: een bloem voor iedereen. De avond
ervoor kwamen zijn twee kinderen bij hem in bed liggen en begonnen hem te
masseren. Na een goede huilbui en een gesprek met zijn vrouw staan zijn ogen
weer helder.
De vrouw wiens man in de
gevangenis zat beleeft in een oefening opnieuw de hele nacht van doodsangst. Ze
valt in een diepe slaap en wordt twee uur later met een glimlach weer wakker.
Stuk voor stuk zien we mensen veranderen en de grauwsluier van de oorlog van
zich afwerpen. Hoewel er nog veel te doen is, onstaat er opnieuw plezier,
openheid en verbinding. De ziel keert terug.
De laatste middag gaan we met de
auto naar het oude centrum en wandelen over de markt. Iedereen kijkt ons aan.
Er is al maanden geen buitenlander meer gezien. Mensen groeten ons, kinderen
komen een hand geven. We zijn helden. Op een pleintje drinken we thee, roken de
waterpijp en eten een broodje falafel. We voelen ons gelukkig, voldaan en
bevoorrecht dat we hier dit werk kunnen doen.
Ik denk aan de 2000 kinderen die
straks in het theater zullen komen om een deel van hun oorlogservaringen en
angsten lost te te laten en opnieuw de magie van spel en theater te ervaren..
‘De kinderen zijn de toekomst,’
had Isaac ons verteld. Hij was in Jericho naar ons toegekomen, een oude magere
man in een te groot maatpak. ‘ík kan niet meer veranderen,’ vertelde hij. ‘Ik
ben opgegroeid met de bezetting, en kan mijn vijanden niet meer vergeven, maar
als we de jonge generatie nieuwe verhalen vertellen is er nog hoop.’
Als we de laatste dag vertrekken
is het afscheid lang en ontroerend. Veel mensen hebben we in ons hart gesloten
en dat is wederzijds. We krijgen kadootjes mee, kettinkjes en steentjes om de
herinnering levend te houden.
Natal rijdt met ons mee naar
Erez, maar eerst gaan we kijken naar de buitenwijken van Gaza-stad. Daar zien
we hoe de oorlog heeft huisgehouden: hele wijken zijn met de grond gelijk
gemaakt. Huizen zijn als kartonnen dozen in elkaar gezakt. De doden zijn levend
begraven onder het puin. Tussen de huizen staan enkele tenten van overlevenden
die niet weten waar ze anders heen moeten. Natal kijkt somber; het is de eerste
keer dat hij terug is op de plaats van de bombardementen. We klimmen over de
bergen beton heen. Hier en daar liggen kleren, een kinderslipper, een schoen.
Een maanlandschap van vewoesting. In de verte liggen de groene heuvels van het
Israelische gebied.
Als we terugwandelen naar erez
blijft Natal achter bij de taxi. Eenzaam staat hij tussen de zandhopen, terwijl
wij onze tocht terug beginnen naar de deur in de muur. We draaien om en zwaaien.
Voor hem eindigt de wereld hier.
Na een uur van draaihekjes,
scanners, videocamera’s, stemmen uit speakers en een wandeling door een
labyrint van metalen corridors zijn we we weer terug in Israel.
Een witte en een zwarte taxi
rijden ons in sneltreinvaart terug naar Jeruzalem. Waarom rijdt in
oorlogsgebied iedereen altijd te hard?
Deel 3: Jeruzalem
In Jeruzalem nemen Monique,
Rene, Maria en ik onze intrek in het klooster van de zusters van Zion, aan de
Via Dolorosa. We krijgen twee kamers toegewezen door de vriendelijke
zusters, en als we met de lift omhoog gaan doemt de oude stad plotseling voor
onze ogen op: De Gouden rotskoepel, twee minnaretten, de Heilige grafkerk, de
El aksa moskee en talloze kleine koepels en dakterassen en ronde daken. Het dakterras
op het klooster biedt een prachtig uitzicht op de oude stad. De volgende
dag maken we een wandeling naar de Olijfberg die vlak bij het klooster ligt. We
bezoeken de grafkerk van Sint Anna, de moeder van Maria, de Hof van Getsemane,
waar Jezus verbleef toen hij werd opgepakt door de romeinen, en de grot waar
Jezus bijeenkwam met zijn discipelen. Het is moeilijk om niet om te komen in de
continue stroom van hordes toeristen die als gedweëe schapen achter hun herder
aanlopen. Kerk in, kerk uit; graf in, graf uit.
Bij het graf van de Heilige Anna
probeer ik mijn ogen te sluiten en zak op mijn knieeën. Maar de monnik die in
een kleine nis naast het graf zit en veel gelijkenis vertoont met de tovenaar
Catweazle maant me om door te schuifelen. Ik schuif iets op en monique komt
achter me aan. De pogingen van de monnik om ons weer het graf uit te krijgen
worden hardnekkiger en dringender. De vonken van irritatie springen uit zijn
ogen. Sputterend geef ik toe, maar Monique is niet van plan zich door deze baardmans
de les te laten lezen. Ze blijft zitten, en als de man ten einde raad is, legt
ze hem de hand op het hoofd. Hij kijkt me met verwarde en angstige ogen aan.
Tegen deze vrouwelijke benadering kan hij niet op. Zuchtend legt hij zijn hoofd
tegen de muur van de nis. Monique schuifelt achter mij aan het graf uit en hand
in hand beginnen we de trap omhoog naar het daglicht.
De hoeveelheid en diversiteit
aan religieuze uitingsvormen in Jeruzalem krijgt lachwekkende proporties.
Keppeltjes, tulbanden, pijpekrulletjes, monnikspijen in bruin, zwart en wit,
blauw-witte nonnetjes, russisch en grieks-orthodoxe sinterklazen in het zwart,
turkse sufi’s, arabische imam’s, zingende christen-jongeren…het kan niet op. Je
kunt zelfs met een namaakkruis een stukje van de Via dolorosa lopen.
Op de dag dat wij Jeruzalem
bezoeken is de paus net vertrokken. Hij heeft verschillende heiligdommen
bezocht uit de joodse, Islamitische en Christelijke traditie. Maar hoe we ook
ons best doen, veel heiligheid is hier niet meer te vinden. Het is eerder een
grote poppenkast. De ware liefde die grenzen oversteeg hadden we in de
gevangenis van Gaza mogen ervaren.
‘s Middags ploffen we op ons bed
en vallen in een diepe slaap. De inspanningen van de afgelopen twee weken eisen
hun tol en we zijn alemaal uitgeput. We besluiten de volgende dag vroeg naar de
Gouden rotskoepel te gaan, die tussen 8 en 10 uur open schijnt te zijn. Het is
de laatste dag.
Via een lange houten brug langs
de klaagmuur betreden we de volgende ochtend het terrein van de tempel. Dit is
het hart van de stad, het spirituele centrum van Jeruzalem, en van het hele
Midden Oosten. Misschien wel van de hele westerse wereld. Wie de rots bezit,
bezit de macht over het heilige land. Joden mogen hier onder strikte
waarschuwing van hun rabbi’s niet naar toe; het terrein is onrein volgens de
Torah. Ze wachten tot de koepel ooit instort of vernietigd wordt, zodat de
derde joodse tempel kan worden gebouwd, zoals voorspelt in hun geschriften. Wij mogen echter door en betreden via
een poort boven de klaagmuur het tempelterrein.Het is nog vroeg en het plein om
de rotskoepel is rustig en zonnig.
Ik overdenk wat we de afgelopen
dagen allemaal gedaan hebben: een labyrinth gelopen, gewerkt met de vier
elementen aarde, water, vuur, lucht; een organisatie-opstelling gedaan met het
hele team van TDP; gewerkt met de mannen en de vrouwen en de verbinding
tussen beiden, wat in de Islam een moeizame geschiedenis is; veel pijn en
trauma van de oorlog aangeraakt en een plek kunnen geven; een yogales gegeven
etc. etc.
Al mijmerend komen we bij de
Zevende Poort, the Golden Gate die dichtgemetseld is, en waar volgens de mythen
de Messias doorheen zal komen om de mensheid te verlossen aan het einde der
tijden. Aan de andere kant van de muur liggen honderden Joodse en Islamitische
graven van mensen die als eerste in de rij willen staan bij de wederopstanding.
Vorlopig is de poort echter gesloten en worden we teruggefloten door een
bewaker als we te dichtbij komen.
Nadat we daar een tijdje gezeten
hebben wandelen we gevieren naar de Gouden Rotskoepel, het meest wonderlijke en
opzienbarende gebouw in Palestina. Een soort blauwe achthoekige koekjestrommel
met een grote gouden theemuts erbovenop. Daarnaast staat een kleiner grijs
koepeltje, de koepel van de ketting genaamd. Monique en ik gaan er heen, en als
alle toeristen verdwenen zijn gaan we tegenover elkaar staan in de koepel. Het
is net alsof dit koepeltje een soort sleutel of mechaniek herbergt; een
radartje dat de grote koepel kan aandraaien. Terwijl ik er sta verandert mijn
bewustzijn; ik zie marmeren stenen en vloerdelen in beweging komen, eerst een
paar, dan meerdere. Een soort groot raderwerk lijkt te worden geactiveerd en
langzaam begint de grijze koepel te draaien. Hij draait om de Gouden Koepel
heen, zoals de maan om de aarde, of een planeet om de zon. Dan wordt ik me
gewaar van de andere koepels in de stad die op verschillende afstanden om de
gouden Rotskoepel heen staan: De heilige Grafkerk, de Maria Magdalena kerk, de
El Aqsa Moskee, de koepel van het klooster van de zusters van Zion… Ook die
beginnen mee te draaien. Plots bedenk ik me: Kan het zijn dat hier een groot
planetarium is opgesteld? De zon in het midden, en de planeten eromheen,
voorgesteld door kerken en koepels…? Een bizar idee, maar dan besef ik me dat
er meerdere plaatsen op aarde zijn waar dit zelfde gegeven wordt gebruikt: In
een mexicaanse stad staat een rij tempels waarvan de onderlinge relatieve
afstand precies overeenkomt met de afstanden tussen de planeten in ons
zonnestelsel. De grootste tempel is de zonnetempel. In Egypte stellen de drie
grote pyramides de planetengordel Orion voor, en de Nijl staat symbool voor de
melkweg. Zo boven, zo beneden. Zoals we een familieopstelling hebben gedaan met
de organisatie van TDP, lijkt hier in de oude stad van Jeruzalem een
planetenconstellatie te zijn opgesteld. Kan het zijn dat door je hier op af te
stemmen in verbinding komt met de beweging en de harmonie van de aarde in ons
zonnestelsel? Ik bedenk me dat ik contact met Yitzhak moet opnemen, een Joodse
geleerde die onderzoek doet naar de tempel en me vertelde dat niet alleen de
tempel maar de hele oude stad een blauwdruk bevat van het universum.
Terwijl ik probeer chocola te
maken van de dingen die ik ervaar blijven de koepels draaien als in een
wonderbaarlijk mechaniek. In mijn geestesoog zie ik de Gouden rotskoepel
openbloeien als een grote lotus. Een vrouw danst in het midden: Layla, Sophia,
de verloren wijsheid, het vijfde element; het vrouwelijke dat door de drie
patriarchale religies verbannen en vergeten is geweest.
Ik keer me naar de El Aksa
moskee, waar de Islamitsche mannen hun gebeden richting Mekka doen. Ik wijs ze
op de schoonheid en wijsheid van de dansende vrouw in de Lotus, en langzaam
keren ze zich één voor één naar het vrouwelijke heiligdom toe. Dan
verschijnt Mohammed en hij neemt de vrouw aan de arm en danst met haar. Het
evenwicht en de verbinding tussen het mannelijke en het vrouwelijke wordt in
ere hersteld. De lang geleden verloren gegane verbinding wordt opnieuw geeerd.
Dan zie ik de lijn die loopt tussen de Heilige Grafkerk van Jezus en de Maria
Magdalenakerk op de Olijfberg. Daartussen ligt de rotskoepel en de zevende
poort. Het is een magische samenstelling van aardse en hemelse constellaties.
Het nieuwe Jeruzalem…
Als de magie is uitgewerkt
verlaten we in stilte het plein en komen in de straatjes van de oude stad
terecht. We mengen ons onder de toeristen en gaan op zoek naar een
falafel-tentje. Van magie krijg je honger. De tijd is gekomen om afscheid te
nemen. Het avontuur is voorbij en het is tijd om terug te keren naar Nederland.
Anderen nemen binnenkort het verhaal van ons over, als voor de derde keer in
Jeruzalem de Big Hug wordt georganiseerd. Maar ons verhaal is nog lang niet
voorbij: Volgend jaar komen we terug voor de volgende stap in het proces naar
2012…
Ton van der Kroon werkt
sinds 2003 in de Palestijnse gebieden. Hij schrijft regelmatig artikelen over
zijn werk. Ieder jaar in de eerste week van mei organiseert hij de Healing
conferentie, om westerse kunstenaars, therapeuten, healers, trainers en
bedrijfsmensen naar het Midden Oosten te brengen. Het doel is om in 2012 een
grootse manifestatie in de Dode Zee vallei te organiseren en Jericho en
Jeruzalem met elkaar te verbinden. Voor meer informatie en artikelen kijk op
www.healing-conference.com