De verwoesting van Atlantis had grote gevolgen. Over de hele wereld spoelden stukken land de oceaan in en verdwenen complete culturen. De wijheid en de kennis van de Oudsten – de initiators – was verdwenen. En slechts enkele fragmenten bleven op aarde bewaard. Her en der verspreid, in de tempels of oude plekken die herinnering konden opslaan.
Ik reisde door vele levens heen. Hier en daar belichaamd in
één van de nieuwe incarnaties, om de kennis te bewaren. Stukjes, kleine
stukjes. De pijn met me meedragend van de grote explosie en vernietiging.
Onderwijl me afvragend hoe we tot zo’n grote hoogmoed hadden kunnen komen.
Overal ter wereld trachtte ik de oude kennis opnieuw tot
bloei te laten komen en te verbinden met de andere stukken. Er waren echter van
de twaalf initiators ook degenen die de mislukking van ons experiment om
Atlantis te redden niet konden verkroppen en nog steeds probeerden controle uit
te oefenen, door middel van macht en dwang. Ze zagen het als de zwakheid van de
mens dat controle over het experiment niet volledig geslaagd was.
Deze broeders en zusters verenigden zich en werden krachten
van het kwaad. Om de mens nog steeds vanuit macht en controle de kennis van het
heilige bij te brengen. Er ontstond een groot schisma tussen de Krachten van
Licht, die zich verbonden met de aarde en de krachten van het donker, die zich
verbonden met macht en dwang en de mens vanuit hun hoogmoed wilden opvoeden tot
hun hogere kennis. Ikzelf zag dat de mens louter uit vrije wil tot een hogere
bewustzijn kan worden geleid. Maar ook ik maakte vele fouten daarin. In het
leven van Echnaton probeerde ik het monotheïsme, de kracht van de heilige zon,
op te leggen aan het volk. Maar de poging mislukte jammerlijk. En aan het eind
van het leven moest ik onder ogen zien dat het volk zijn eigen wil had en zijn
eigen cycli van karma en bewustzijn moest doorlopen, om vanuit vrijere wil tot
een hogere bestemming te komen.
Mijn pogingen om de godsdienst van de zon te installeren,
werden door de priesters van het kwaad volledig teniet gedaan. Maar een aantal
kleine zaden van de mysterieschool die ik gesticht had bleven bewaard en
verdwenen in de tijd onder de lagen van zand in de woestijn. Totdat ze daarna
weer werden opgepakt door andere stammen, die de kennis uitbreidden in de tijd
van de Essenen. Over deze tijd wil ik vertellen.
De tijd van de Essenen waarin de Kracht van het Licht
opnieuw gestalte kreeg, door de zonen en dochters van het licht in hun strijd
tegen het kwaad. Vele teksten werden opgeschreven om de oude kennis opnieuw
vast te leggen. Totdat de macht van het Romeinse Rijk ook deze kennis van de
aardbodem probeerde af te vegen. Een priester Zebedeus gaf me vele antwoorden
op de vragen die ik had. Want ik zocht als een blinde in de woestijn. Niet
wetende waar te zoeken om mijn eigen wond te helen en om de verbinding tussen
de dertien opnieuw te maken. De pijn was bitter en pijnlijk omdat ik mijn eigen
hoogmoed onder ogen moest zien en tegelijkertijd bestreden werd (?) door degene
die nog steeds de dwang en de macht wilde uitoefenen. Hoe zouden we ooit weer
bij elkaar kunnen komen? Donker en licht. Want zonder de vereniging van allen
kon de dertiende niet verschijnen. Alleen door de verbinding van twaalf, de
twaalf tegendelen, kon de cirkel geheeld worden en konden we opnieuw de
krachten van schepping gebruiken en tot onze beschikking maken. Echter niet
vanuit hoogmoed en dwang, maar vanuit nederigheid en vanuit harmonie.
De aarde was ons gegeven om in te spelen, om in te zijn. Om
ons mens-zijn in te oefenen en de kracht van de Liefde te cultiveren. Maar we
hadden haar misbruikt en op een verkeerde manier toegewend. Hoe zouden we ooit
op een juiste manier van haar
schoonheid en wijsheid
gebruik kunnen maken?
Nu op dit punt aangekomen in de geschiedenis, 2000 jaar na
Christus, staan we op een beslissend moment, om te zien of we deze les
werkelijk kunnen integreren in ons bewustzijn. Of dat we opnieuw zullen vallen
door onze hoogmoed. De strijd wordt ten volle gevoerd en zal beslissend zijn
voor de toekomst en evolutie van de Mensheid.