Verslag Jericho /Gaza 2009
Door Ton van der Kroon
Zoals ieder jaar arriveer ik in de holst van de nacht op Ben Gurion Airport in Tel Aviv. ‘What’s the purpose of your visit?’ vraagt de jonge dame in het hokje. ‘Tourism’, antwoord ik. Zo, die drempel is ook weer genomen. Ik ben binnen. De taxi brengt me via Jeruzalem direct naar het hotel in Jericho, waar ik mijn bed induik. ‘s Morgens wordt ik wakker door het gezang van vogels en het geblaat van schapen. Een hele kudde trekt aan mijn raam voorbij. In het oosten komt de zon op. Another day in paradise…
Jericho ligt in de dode Zee vallei, een kom van 300 meter onder de
zeespiegel. 10.000 jaar geleden was hier een weldadige natuur van palmbomen,
riviertjes, dieren, vogels en planten. De eerste kleine steden onstonden,
waarvan Jericho de oudste is. De bewoners vereerden de maangodin of moeder
aarde, waar kleine opgegraven beeldjes nog aan herinneren. Het verhaal gaat dat
enkele eeuwen later twee steden door God worden vernietigd door hun zondige
gedrag: mannen doen het met mannen; niemand luistert naar God en er is geen
rechtschapen man of vrouw meer te vinden. Sodom en Gomorra verdwijnen in de
Dode Zee. Onlangs heeft de NASA bevestigd dat er twee steden in de Dode Zee
liggen.
De huidige situatie van de Dode Zee vallei steekt schril af bij het paradijselijke beeld van vroeger. Dwars door de vallei loopt de grens tussen Jordanie en Israel. De rivier de jordaan is bijna opgedroogd en het niveau van de Dode Zee daalt ieder jaar met bijna een meter. Overal zijn check-points, wegblokkades en Israelische soldaten. Jericho is omsloten door Israelische wegen en versperringen. Een Palestijns eilandje in een Israelische bezet gebied dat sinds de Intifada los staat van de buitenwereld. Er kan niemand meer uit en er komen nog maar weinig mensen in. Dat geeft het kleine stadje een sfeer die doet denken aan een Western, maar dan in het midden Oosten. Gele taxi’s rijden op en neer, de wegen zijn slecht, de huizen ogen bouwvallig en overal ligt troep. Toch is de schoonheid van de oase nog als vroeger: de palmbomen, bougainville, bloemen, ezels en schapen zijn niet anders dan eeuwen geleden, en door de grote hitte in de vallei is de sfeer rustig en gelaten. Het leven gaat gewoon door…
Als ik de lobby inloop van het hotel ontmoet ik de hele staf die
zit te vergaderen. Riad Hamad, de hotelmanager; Mister Aref, chef horeca; Sammy, de barman; Reema,
de schoonmaakster; Enram en Enram, de twee badmeesters die toevallig dezelfde
naam hebben; de receptionist; en de kok. ‘Hello, mister Ton, welcome to
Jericho.’Ik ken inmiddels iedereen en in de afgelopen vijf jaar hebben we een
goede band opgebouwd. ‘You are not our guest, you are our family’ verzekert
mister Aref me iedere keer. Inmiddels heeft hij al twee keer mee gedaan met een
workshop op de vorige conferenties. De sfeer in het hotel doet denken aan de
Palestijnse variant van ‘Are you being served?’
Als ik mijn ontbijt op heb komt Jamal, de taxi-chauffeur langs.
Hij heeft gehoord dat ik in de stad ben en komt zijn nieuwe auto laten zien.
Glanzend nieuw en bananengeel. Jamal is een kleine man uit een grote familie in
Jericho en vaak zie ik klonen van hem rondlopen die ongetwijfeld zijn broers
zijn. Ze lijken allemaal op elkaar. Jamal is een hele goede vriend geworden.
Ieder jaar hebben we vele gesprekken in de auto over relaties, huwelijk,
godsdienst, de oorlog, maar vooral over voetbal. Voetbal is zijn grote passie
en hij weet alles, maar dan ook alles van het Nederlandse elftal. Ik weet niets
van voetbal, maar heb wel een kado meegenomen voor hem dat hem zal verrassen:
een oranje T-shirt uit 88 met Marco van Basten op de rug. ‘You bought this in
the shop of the brother of Johan Cruyff, yeah?’ vraagt hij terwijl hij het
antwoord al weet. Ik verbaas me hoe hij de winkel kent, die in amsterdam
toevallig om de hoek van mijn huis ligt.
In de twee dagen na mijn aankomst arriveren de andere 19 deelnemers voor de 5e Healing Conferentie. Sommigen hebben al enkele dagen door Israel gereisd, Merijn heeft een dansweek achter de rug, anderen komen rechtstreeks aanvliegen. Voor sommigen is het de eerste kennismaking met het ‘Heilige land’.
Samen met annelies en Monique bereidt ik het programma van de
eerste avond en ochtend voor. Eerst de groep tot een groep maken, bedenken we,
voordat we de open Space ingaan, waarin ieder zijn of haars weegs kan gaan. De
cirkel waarin we bijeen komen wordt al snel een veilige plek, waarbinnen het
programma van de week zich stap voor stap ontrolt. Ieder jaar weer is het een
spannend proces waarin door een soort alchemie allerlei verhaallijnen,
persoonlijke processen, geschiedeniselementen, en politieke verwikkelingen bij
elkaar komen en een bont en kleurijk patroon vormen. Dit keer speelt de
samenwerking met Susan Triner een grote rol. Susan woont sinds de eerste Healing
Conferentie in Jericho en heeft daar verschillende projecten opgezet o.a. voor
kinderen, vrouwen en boeren. Er is inmiddels een heuse dadelplantage, waar
mensen middels ‘adopt-a palm’ aan bij kunnen dragen. De week voor de
conferentie organiseerde ze een uitje voor 60 kinderen naar de Dode Zee. Dat is
no-go area voor Palestijnen en voor de kinderen daardoor een groots evenement;
ze mogen eruit…
De deelnemers van de conferentie maken met elkaar het programma. Er worden uitstapjes georganiseerd naar o.a. Jeruzalem, Qumran, de vindplaats van de dode Zee rollen en de woonplaats van de mystieke Essenen, Masada, waar de laatste Joden zelfmoord pleegden toen de Romeinen het heilige land veroverden, Bethlehem, waar de geboortekerk staat van Jezus en Hebron, de stad van aartsvader Abraham en moeder Sara. In Israel struikel je over de historische en religieuze plekken. Iedere steen of bron heeft wel een verhaal uit de oudheid dat verwijst naar deze of gene profeet of koning.
Onderwijl worden de contacten met de Palestijnse bevolking gelegd, zij het met enige cultuur-hobbels en taal-barrieres. Is reiki een oude esseense geneeswijze of een moderne behandelwijze door artsen? Geef je vrouwen wel of geen hand? Zing je ‘Joshua won the battle of Jericho’ nu wel of niet als je in Jericho bent? En in welk gebied en bij welke grenspost zeg je shalom c.q. salaam? In dit kleine land met zijn grote tegenstellingen is er voor de buitenlander soms geen touw meer aan vast te knopen… Palestina mag dan the Holy Land genoemd worden, er is weinig heelheid of heiligheid te vinden.
De conferentie eindigt met volle maan, en ieder gaat zijns weegs.
We hebben een prachtige week achter de rug, vol van ervaringen, indrukken,
confrontaties en zegeningen. Susan en ik besluiten samen om de komende drie
jaar toe te werken naar een groots en feestelijk ritueel in 2012, als het
stadje zijn 10.000ste verjaardag viert.
Het voelt alsof dit onze opdracht is, op de diepste plek ter aarde
het moment van 2012 vorm te geven en de vrouwelijke energie van ‘the city of
the moon’ opnieuw te eren.
Deel 2: Gaza
Op zondag 10 mei reis ik samen met Monique, Maria en René naar
Jeruzalem. Voor ons staat het tweede deel van de reis op het programma: een
week in de Gazastrook, waar we zullen werken met de acteurs en dramadocenten
van Theatre Day Productions, een Palestijnse theaterschool. Maar terwijl voor
mij inmiddels de toegang geregeld is, is het nog onzeker of er voor de andere
drie toestemming zal komen. Jan en Jackie, het echtpaar dat de school runt, besluiten
dat we met zijn drieen in ieder geval moeten vertrekken, en ik neem afscheid
van Maria, monique en René. Ze blijven achter in Jeruzalem, wachtend op
eventueel bericht van het Israelische leger. Ik scheur met Jan en Jackie door
de groene heuvels van het land van melk en honing richting Erez, de
toegangspoort tot de Gazastrook. Als we aankomen blijkt dat mijn toestemming is
ingetrokken: het paspoortnummer klopt niet. We overleggen aan de poort en ik
vertel dat ik onlangs mijn paspoort heb vernieuwd. Terwijl we wachten komt
toevallig de beambte de poort uit rijden die de toegang regelt. Jackie spreekt
hem aan, en vraagt hem toestemming voor mij en de andere drie. Voor mij lukt
het, de andere drie blijft onzeker.
Als we eenmaal door de grote hangar heen zijn, komen we bij een
kleine deur in een meters hoge muur: de enige Israelische toegang tot de
gazastrook, die plus minus 10 bij 40 kilometer groot is. Aan de andere kant
zien we een gebied dat lijkt op een Mad Max movie landschap: zandhopen,
kapotgeschoten beton, en een stuk niemandsland dat volledig kaal gebombardeerd
is. Na een halve kilometer lopen komen we aan de Palestijnse grenspost. De
Hamas wacht ons op en checkt onze bagage. Dat is nieuw, dit jaar. Ze gaan
steeds meer lijken op hun bezetters, bedenk ik.
Dat is een wonderlijk fenomeen: de israeliers zijn steeds meer
gaan lijken op de Duitsers in de tweede wereldoorlog, inclusief het creeeren
van concentratiekampen met prikkeldraad en wachttorens en ‘Ausweis bitte’, en
de Hamas gaat steeds meer technieken en manieren overnemen van de Israeliers,
inclusief allerlei controle, onderdrukking en martelingen. Mensen zijn
wonderlijke wezens.
Als ook die hindernis genomen is, rijden we per taxi de Gazastrook in. Na de oorlog in januari vrees ik het ergste, maar wat ik zie valt mee. Vreemd genoeg is er in de stad niet veel ravage te zien. ‘You don’t see it on the outside. It’s the same with the people,’ vertelt Jackie. ‘Nobody talks about the war, as if it didn’t happen. Very worrying.’ Dat versterkt nog meer mijn bange vermoedens. Waar het vorig jaar leek op een samenleving die op de rand van de afgrond stond, zo is het dit jaar niet duidelijk wat er gaande is, maar één beeld dringt zich op: dit is een volk dat over de rand is gevallen. Zestig jaar bezetting, isolatie en uiteindelijk opsluiting heeft zijn tol geeist. Wat eens een bloeiende kuststreek was is veranderd in de grootste openluchtgevangenis van de wereld: 1,5 miljoen mensen waarvan twee derde kinderen. ‘De oorlog in januari was niet zozeer een gevecht tussen twee gelijkwaardige partijen, maar meer een strijd tussen een kind en een tank,’ vertelt Jan. Hij is de nederlandse oprichter van Theatre Day Productions en werkt al 15 jaar in de Gazastrook. ‘Ze konden nergens heen vluchten tijdens de bombardementen. Dat is nog niet eerder voorgekomen in de menselijke geschiedenis. 600 kinderen werden gedood, scholen, ziekenhuizen en zelfs ambulances werden gebombardeerd, en de hele infrastruktuur is vernietigd.Aan de andere kant vielen 13 doden, waarvan vijf door eigen geschut.’
Als we bij het theater aankomen omhels ik de acteurs die ik
inmiddels zo goed ken van vorige jaren. Het werk begint. De middag gebruiken we
om het programma van de komende dagen te plannen: Er zijn 10 acteurs, 8
actrices, 5 staf, en 40 jonge dramadocenten die het zomerprogramma voor 2000
kinderen begeleiden.
We besluiten om, ondanks de gescheiden werelden van mannen en
vrouwen, met het het hele vaste team tesamen te werken; directie, staf,
acteurs, actrices, technici en schoonmakers. Daarnaast twee losse ochtenden
voor de 40 dramadocenten.
Als we s’avonds in het hotel zitten komen er twee acteurs langs om een praatje te maken. Ze vertellen dat er twee dagen eerder een besloten voorstelling in het theater was voor Fatah-mensen, en dat de mensen na afloop niet weggingen maar over politiek gingen praten. Ik zie Jan wit wegtrekken. ‘Waarom wist ik dit niet?’ ‘sNachts krijg ik visioenen van Hamasstrijders die aan de poort van het theater komen. Dit zijn geen mensen waar je ruzie mee moet krijgen. Voor het eerst ben ik bang in de Gazastrook.
De volgende ochtend hangen we een bordje op het theater: gesloten
wegens voorbereiding van de zomerspelen. Binnen wordt iemand bij de deur
gepost. Ik begin mijn programma met een groot labyrint, en terwijl de muziek
door het theater klinkt wandelen de 26 mensen van TDP een voor een het labyrint
in. Voetje voor voetje, in stilte, om opnieuw de afgelopen jaren en weken te
herleven. Door de stress van de oorlog is niemand meer in staat om stil te
staan en de rust te nemen om de pijn van het verleden te verwerken. Iedereen
rent maar door in het gewone leven, maar het labyrint dwingt ze om terug te
keren op hun schreden. Schuifelend naar het midden breekt de een na de ander;
sommigen beginnen te huilen, anderen vallen op de grond, mannen en vrouwen
omhelzen elkaar om elkaar te steunen, en sommigen kijken verdwaasd voor zich
uit. Een vrouw valt flauw en kan niet verder. Na twee uur is het theater
zwanger van emoties en de groep gelouterd door de magische sfeer van het
labyrint. Jackie komt naar me toe. ‘They are in!’ roept ze. Terwijl wij het
labyrinth liepen kregen Maria, Monique en Rene toestemming om de Gazastrook in
te komen. Als ik later thuis ben begrijp ik pas wat een wonder het is dat we
alle vier binnen zijn: artsen en hulpverleners zitten dan al 50 dagen aan de
grens zonder toegang te krijgen…Het is duidelijk dat er een leger
beschermengelen met ons meereist. Van de Hamas horen we gelukkig niets.
In de dagen die volgen horen we steeds meer verhalen over de
verschrikkingen van de oorlog. Natal, die elf vrienden heeft verloren en ‘s
nachts hielp bij het redden van mensen. Met zijn blote handen moest hij beton
optillen om mensen en kinderen eruit te halen. Zijn ogen staan donker en mat.
Hij vertelt dat hij sinds twee weken ruzie heeft met zijn vrouw en niet meer
met zijn kinderen kan spelen. Murei vertelt dat haar man in de gevangenis zat.
‘s Nachts liep ze dwars door de bombardementen heen om de Hamas te smeken haar
man vrij te laten voordat de gevangenis gebombardeerd zou worden. Maar er zijn
ook positieve verhalen: Mohammed, die al vele jaren bij TDP werkt en ieder jaar
tijdens de workshop buiten bewustzijn viel, heeft nieuws. Hij gaat trouwen. Bij
de dramadocenten zijn vier nieuwe koppels ontstaan. Liefde en leed wisselen
elkaar af, en in de vier dagen dat we met iedereen werken waait er een heel
nieuwe wind door het theater; depressie verdwijnt en mensen kunnen weer lachen,
huilen en met elkaar praten. Natal komt een ochtend met een bos witte anjers
aan: een bloem voor iedereen. De avond ervoor kwamen zijn twee kinderen bij hem
in bed liggen en begonnen hem te masseren. Na een goede huilbui en een gesprek
met zijn vrouw staan zijn ogen weer helder.
De vrouw wiens man in de gevangenis zat beleeft in een oefening
opnieuw de hele nacht van doodsangst. Ze valt in een diepe slaap en wordt twee
uur later met een glimlach weer wakker. Stuk voor stuk zien we mensen
veranderen en de grauwsluier van de oorlog van zich afwerpen. Hoewel er nog
veel te doen is, onstaat er opnieuw plezier, openheid en verbinding. De ziel
keert terug.
De laatste middag gaan we met de auto naar het oude centrum en
wandelen over de markt. Iedereen kijkt ons aan. Er is al maanden geen
buitenlander meer gezien. Mensen groeten ons, kinderen komen een hand geven. We
zijn helden. Op een pleintje drinken we thee, roken de waterpijp en eten een
broodje falafel. We voelen ons gelukkig, voldaan en bevoorrecht dat we hier dit
werk kunnen doen.
Ik denk aan de 2000 kinderen die straks in het theater zullen
komen om een deel van hun oorlogservaringen en angsten lost te te laten en
opnieuw de magie van spel en theater te ervaren..
‘De kinderen zijn de toekomst,’ had Isaac ons verteld. Hij was in
Jericho naar ons toegekomen, een oude magere man in een te groot maatpak. ‘ík
kan niet meer veranderen,’ vertelde hij. ‘Ik ben opgegroeid met de bezetting,
en kan mijn vijanden niet meer zo gemakkelijk vergeven, maar als we de jonge
generatie nieuwe verhalen vertellen is er nog hoop.’
Als we de laatste dag vertrekken is het afscheid lang en
ontroerend. Veel mensen hebben we in ons hart gesloten en dat is wederzijds. We
krijgen kadootjes mee, kettinkjes en steentjes om de herinnering levend te
houden.
Natal rijdt met ons mee naar Erez, maar eerst gaan we kijken naar
de buitenwijken van Gaza-stad. Daar zien we hoe de oorlog heeft huisgehouden:
hele wijken zijn met de grond gelijk gemaakt. Huizen zijn als kartonnen dozen
in elkaar gezakt. De doden zijn levend begraven onder het puin. Tussen de
huizen staan enkele tenten van overlevenden die niet weten waar ze anders heen
moeten. Natal kijkt somber; het is de eerste keer dat hij terug is op de plaats
van de bombardementen. We klimmen over de bergen beton heen. Hier en daar
liggen kleren, een kinderslipper, een schoen. Een maanlandschap van vewoesting.
In de verte liggen de groene heuvels van het Israelische gebied.
Als we terugwandelen naar erez blijft Natal achter bij de taxi.
Eenzaam staat hij tussen de zandhopen, terwijl wij onze tocht terug beginnen
naar de deur in de muur. We draaien om en zwaaien. Voor hem eindigt de wereld hier.
Na een uur van draaihekjes, scanners, videocamera’s, stemmen uit
speakers en een wandeling door een labyrint van metalen corridors zijn we we
weer terug in Israel.
Een witte en een zwarte taxi rijden ons in sneltreinvaart terug
naar Jeruzalem. Waarom rijdt in oorlogsgebied iedereen altijd te hard?
Deel 3: Jeruzalem
In Jeruzalem nemen Monique, Rene, Maria en ik onze intrek in het
klooster van de zusters van Zion, aan de Via Dolorosa. We krijgen twee kamers toegewezen door de
vriendelijke zusters, en als we met de lift omhoog gaan doemt de oude stad
plotseling voor onze ogen op: De Gouden rotskoepel, twee minnaretten, de
Heilige grafkerk, de El aksa moskee en talloze kleine koepels en dakterassen en
ronde daken. Het dakterras op het klooster biedt een prachtig uitzicht op de
oude stad. De volgende dag maken
we een wandeling naar de Olijfberg die vlak bij het klooster ligt. We bezoeken
de grafkerk van Sint Anna, de moeder van Maria, de Hof van Getsemane, waar
Jezus verbleef toen hij werd opgepakt door de romeinen, en de grot waar Jezus
bijeenkwam met zijn discipelen. Het is moeilijk om niet om te komen in de
continue stroom van hordes toeristen die als gedweëe schapen achter hun herder aanlopen.
Kerk in, kerk uit; graf in, graf uit.
Bij het graf van de Heilige Anna probeer ik mijn ogen te sluiten
en zak op mijn knieeën. Maar de monnik die in een kleine nis naast het graf zit
en veel gelijkenis vertoont met de tovenaar Catweazle maant me om door te
schuifelen. Ik schuif iets op en monique komt achter me aan. De pogingen van de
monnik om ons weer het graf uit te krijgen worden hardnekkiger en dringender.
De vonken van irritatie springen uit zijn ogen. Sputterend geef ik toe, maar
Monique is niet van plan zich door deze baardmans de les te laten lezen. Ze
blijft zitten, en als de man ten einde raad is, legt ze hem de hand op het
hoofd. Hij kijkt me met verwarde en angstige ogen aan. Tegen deze vrouwelijke
benadering kan hij niet op. Zuchtend legt hij zijn hoofd tegen de muur van de
nis. Monique schuifelt achter mij aan het graf uit en hand in hand beginnen we
de trap omhoog naar het daglicht.
De hoeveelheid en diversiteit aan religieuze uitingsvormen in
Jeruzalem krijgt lachwekkende proporties. Keppeltjes, tulbanden,
pijpekrulletjes, monnikspijen in bruin, zwart en wit, blauw-witte nonnetjes,
russisch en grieks-orthodoxe sinterklazen in het zwart, turkse sufi’s,
arabische imam’s, zingende christen-jongeren…het kan niet op. Je kunt zelfs met
een namaakkruis een stukje van de Via dolorosa lopen.
Op de dag dat wij Jeruzalem bezoeken is de paus net vertrokken.
Hij heeft verschillende heiligdommen bezocht uit de joodse, Islamitische en
Christelijke traditie. Maar hoe we ook ons best doen, veel heiligheid is hier
niet meer te vinden. Het is eerder een grote poppenkast. De ware liefde die
grenzen oversteeg hadden we in de gevangenis van Gaza mogen ervaren.
‘s Middags ploffen we op ons bed en vallen in een diepe slaap. De
inspanningen van de afgelopen twee weken eisen hun tol en we zijn alemaal
uitgeput. We besluiten de volgende dag vroeg naar de Gouden rotskoepel te gaan,
die tussen 8 en 10 uur open schijnt te zijn. Het is de laatste dag.
Via een lange houten brug langs de klaagmuur betreden we de volgende
ochtend het terrein van de tempel. Dit is het hart van de stad, het spirituele
centrum van Jeruzalem, en van het hele Midden Oosten. Misschien wel van de hele
westerse wereld. Wie de rots bezit, bezit de macht over het heilige land. Joden
mogen hier onder strikte waarschuwing van hun rabbi’s niet naar toe; het
terrein is onrein volgens de Torah. Ze wachten tot de koepel ooit instort of
vernietigd wordt, zodat de derde joodse tempel kan worden gebouwd, zoals
voorspelt in hun geschriften.
Wij mogen echter door en betreden via een poort boven de klaagmuur
het tempelterrein.
Het is nog vroeg en het plein om de rotskoepel is rustig en
zonnig.
Ik overdenk wat we de afgelopen dagen allemaal gedaan hebben: een
labyrinth gelopen, gewerkt met de vier elementen aarde, water, vuur, lucht; een
organisatie-opstelling gedaan met het hele team van TDP; gewerkt met de mannen en de vrouwen en
de verbinding tussen beiden, wat in de Islam een moeizame geschiedenis is; veel pijn en trauma van de oorlog
aangeraakt en een plek kunnen geven; een yogales gegeven etc. etc.
Al mijmerend komen we bij de Zevende Poort, the Golden Gate die
dichtgemetseld is, en waar volgens de mythen de Messias doorheen zal komen om
de mensheid te verlossen aan het einde der tijden. Aan de andere kant van de
muur liggen honderden Joodse en Islamitische graven van mensen die als eerste
in de rij willen staan bij de wederopstanding. Vorlopig is de poort echter
gesloten en worden we teruggefloten door een bewaker als we te dichtbij komen.
Nadat we daar een tijdje gezeten hebben wandelen we gevieren naar
de Gouden Rotskoepel, het meest wonderlijke en opzienbarende gebouw in
Palestina. Een soort blauwe achthoekige koekjestrommel met een grote gouden
theemuts erbovenop. Daarnaast staat een kleiner grijs koepeltje, de koepel van
de ketting genaamd. Monique en ik gaan er heen, en als alle toeristen verdwenen
zijn gaan we tegenover elkaar staan in de koepel. Het is net alsof dit
koepeltje een soort sleutel of mechaniek herbergt; een radartje dat de grote koepel
kan aandraaien. Terwijl ik er sta verandert mijn bewustzijn; ik zie marmeren
stenen en vloerdelen in beweging komen, eerst een paar, dan meerdere. Een soort
groot raderwerk lijkt te worden geactiveerd en langzaam begint de grijze koepel
te draaien. Hij draait om de Gouden Koepel heen, zoals de maan om de aarde, of
een planeet om de zon. Dan wordt ik me gewaar van de andere koepels in de stad
die op verschillende afstanden om de gouden Rotskoepel heen staan: De heilige
Grafkerk, de Maria Magdalena kerk, de El Aqsa Moskee, de koepel van het
klooster van de zusters van Zion… Ook die beginnen mee te draaien. Plots bedenk
ik me: Kan het zijn dat hier een groot planetarium is opgesteld? De zon in het
midden, en de planeten eromheen, voorgesteld door kerken en koepels…? Een bizar
idee, maar dan besef ik me dat er meerdere plaatsen op aarde zijn waar dit
zelfde gegeven wordt gebruikt: In de mexicaanse stad Techninuankan staat een
rij tempels waarvan de onderlinge relatieve afstand precies overeenkomt met de afstanden
tussen de planeten in ons zonnestelsel. De grootste tempel is de zonnetempel.
In Egypte stellen de drie grote pyramides de planetengordel Orion voor, en de
Nijl staat symbool voor de melkweg. Zoboven, zo beneden. Zoals we een
familieopstelling hebben gedaan met de organisatie van TDP, lijkt hier in de
oude stad van Jeruzalem een planetenconstellatie te zijn opgesteld. Kan het
zijn dat door je hier op af te stemmen in verbinding komt met de beweging en de
harmonie van de aarde in ons zonnestelsel? Ik bedenk me dat ik contact met
Yitzhak moet opnemen, een Joodse geleerde die onderzoek doet naar de tempel en
me vertelde dat niet alleen de tempel maar de hele oude stad een blauwdruk
bevat van het universum.
Terwijl ik probeer chocola te maken van de dingen die ik ervaar
blijven de koepels draaien als in een wonderbaarlijk mechaniek. In mijn
geestesoog zie ik de Gouden rotskoepel openbloeien als een grote lotus. Een
vrouw danst in het midden: Layla, Sophia, de verloren wijsheid, het vijfde
element; het vrouwelijke dat door de drie patriarchale religies verbannen en
vergeten is geweest.
Ik keer me naar de El Aksa moskee, waar de Islamitsche mannen hun
gebeden richting Mekka doen. Ik wijs ze op de schoonheid en wijsheid van de
dansende vrouw in de Lotus, en langzaam keren ze zich één voor één naar het
vrouwelijke heiligdom toe. Dan
verschijnt Mohammed en hij neemt de vrouw aan de arm en danst met haar. Het
evenwicht en de verbinding tussen het mannelijke en het vrouwelijke wordt in
ere hersteld. De lang geleden verloren gegane verbinding wordt opnieuw geeerd.
Dan zie ik de lijn die loopt tussen de Heilige Grafkerk van Jezus en de Maria
Magdalenakerk op de Olijfberg. Daartussen ligt de rotskoepel en de zevende
poort. Het is een magische samenstelling van aardse en hemelse constellaties.
Het nieuwe Jeruzalem…
Als de magie is uitgewerkt verlaten we in stilte het plein en
komen in de straatjes van de oude stad terecht. We mengen ons onder de
toeristen en gaan op zoek naar een falafel-tentje. Van magie krijg je honger.
De tijd is gekomen om afscheid te nemen. Het avontuur is voorbij en het is tijd
om terug te keren naar Nederland. Anderen nemen binnenkort het verhaal van ons
over, als voor de derde keer in Jeruzalem de Big Hug wordt georganiseerd. Maar
ons verhaal is nog lang niet voorbij: Volgend jaar komen we terug voor de
volgende stap in het proces naar 2012…
Ton van der Kroon werkt sinds 2003 in de Palestijnse gebieden.
Hij schrijft regelmatig artikelen over zijn werk. Ieder jaar in de eerste week
van mei organiseert hij de Healing conferentie, om westerse kunstenaars,
therapeuten, healers, trainers en bedrijfsmensen naar het Midden Oosten te
brengen. Het doel is om in 2012 een grootse manifestatie in de Dode Zee vallei
te organiseren en Jericho en Jeruzalem met elkaar te verbinden. Voor meer
informatie en artikelen kijk op www.healing-conference.com
Reacties