Het vuur brandt in ons,
de aarde leeft in ons,
het water stroomt in ons,
de lucht ademt in ons,
bewustzijn en energie zijn een.
Vierdaagse Spiritueel Leiderschap, Orval, 31 augustus t/m
4 september 2008
“Ik had sterk het gevoel
dat ik hier moest zijn...”
door Jan Roelofs
Op dinsdagavond beleven we samen het hoogtepunt: we
zitten in een een cirkel, in het midden een boeddhabeeld dat naar een wereldbol
kijkt. Lichtjes, medicijnkaarten met daarop allerlei dieren. We wachten een
half uur in stilte tot ook de laatste deelneemster zich in de kring voegt. Ik
ben geïrriteerd dat we zo lang moeten wachten tot we compleet zijn, en dat
niemand het initiatief neemt om te kijken waar Els blijft. Zelf doe ik dat
vanavond niet, ik vind dat ik al te vaak de strenge man van de klok ben.
Terwijl we wachten draait Ton muziek van Barbara Streisand. Daar hou ik ook al
niet van.
Als we compleet zijn neemt Willem Ki het woord. Hij vertelt
een verhaaltje met als strekking: laat al het overbodige los. Hij doet een
dringend beroep op ons, ons op de essentie te richten. En dat doen we. De een
na de ander vertelt iets, deelt een ervaring van de afgelopen dagen, komt terug
op iets dat eerder gebeurd of gezegd is, er wordt verslag gedaan uit de vijf
verschillende groepjes die eerder die dag rond de vijf elementen (water, aarde,
lucht, vuur, ether) gevormd werden, en elke bijdrage is precies goed, precies
op maat. We zijn als groep volledig in harmonie, er is ruimte voor alle
verschillen, ieder is verbonden met het groepslichaam dat we samen vormen. Het
stroomt. Ik heb dit eerder meegemaakt: het ontstaat op een gegeven moment en
iedereen voelt dat het er is. Maar hoe je er komt, daar is geen vast recept of
beproefde procedure voor. Je kunt het ook niet vasthouden: het veld dat we
samen vormen en waar we allemaal onze bijdrage aan geven, is er even – vijf
minuten, een half uur, een hele avond, in uitzonderlijke situaties zelfs een
paar dagen, maar net zoals het op een gegeven moment begint, is het op een
gegeven moment ook weer voorbij. Dit gemeenschappelijke veld voelt heel
krachtig, maar is tegelijkertijd uiterst fragiel.
Deze avond duurt het zo’n anderhalf uur. Deze
eenheidservaring die we als groep hebben, is de reden dat we met z’n 23en vier
dagen lang in de Belgische Ardennen Zuid-Belgie bijeen komen. Want dat is het:
niet een workshop, maar een bijeenkomst, zoals Gerard het aan het begin op de
zondagavond uitdrukt.
Vlakbij de eeuwenoude abdij van Orval ligt daar tegen de
Franse grens Bois-le-Comte, de cursusboerderij van het Oost-West-Centrum. Samen
met vriend en kompaan Ton van der Kroon begeleid ik hier al jarenlang
mannenworkshops. Vorige zomer organiseerden we voor de eerste keer – voor
mannen èn vrouwen - een vierdaagse ‘Spiritueel Leiderschap’ en deze keer gaan
we opnieuw met dat thema aan de slag.
Opvallend is dat bij het openingsrondje op zondagavond heel
veel deelnemers zeggen niet precies te weten waarom ze hier zijn, maar ‘dat ze
sterk het gevoel hadden dat ze hier naar toe moesten komen’.
Voor ons sluit dat aan bij de essentie van spiritueel
leiderschap: weet de ego-persoonlijkheid vaak heel goed wat hij/zij komt doen
en natuurlijk ook: komt halen, als je je meer begint te identificeren met je
spirituele wezen is dat vaak veel minder duidelijk. Je geeft gehoor aan een
roep die je op een of andere manier van binnen voelt, je zet een stap terwijl
je niet precies weet waar die toe zal leiden. Zo zijn er nog wel meer woorden
die in de theorie heel mooi en aantrekkelijk klinken: overgave, verbinding met
de levensstroom, innerlijke leiding volgen, het onbekende betreden. De praktijk
is wat weerbarstiger, zoals ik ervaar op maandag als Ton en ik de positie van
groepsleider loslaten, en als ‘gewone’ deelnemers samen met de groep het proces
inspringen. Uit ervaring weet ik dat vooral die eerste dag lastig is: de groep
is nog niet echt een groep, de vraag ‘wat moet ik doen?’ dringt zich vele malen
op zonder dat er een antwoord op is, ik voel me beroofd van mijn comfortabele
leiderschapspositie – ‘je weet tenminste waar je aan toe bent’ – en het is
gewoon: uithouden. De spanning voelen en er bij blijven.
Op maandagavond wil de helft van de groep gaan wandelen. Ik
ga mee, in het donker ga ik samen met Albert dwars door het bos naar de abdij.
De rest van de groep blijft op de weg omdat het in het bos te donker is. Ik kan
het pad nog net onderscheiden en zo komen we bij de abdij. In de brouwerij
brandt nog licht, de rest van het klooster is donker. Donker is het op de
terugweg ook in het bos. Op deze maanloze nacht is het zelfs zo donker dat ik
na een paar honderd meter echt helemaal niets meer zie. Ook de hand die ik voor
mijn ogen houd is onzichtbaar. ‘Dat wordt verdwalen’, schiet door me heen, en
dat is me iets te veel van het onbekende. Ik stel Albert voor dan maar terug te
lopen via de weg. Ik ben blij dat hij het met me eens is. We zetten er flink de pas in en een uur
later zijn we – bezweet en wel – weer terug. Soms is de bekende weg de beste
optie.
Vijf elementen
De volgende morgen is de in de groepcirkel algemeen gedeelde
opvatting ‘dat we zo niet verder komen’. De vorige avond werd na het vertrek
van de wandelaars in de kleinere groep wat beter en dieper contact gelegd.
Iemand komt met het voorstel in kleinere groepen uiteen te gaan, ik doe de
suggestie ons op te delen naar de verschillende elementen. Zelf kies ik voor
het element water, het gevoelselement waar ik als tamelijk mentaal type vaak
wat moeite mee heb, maar waarvan ik de waarde de laatste tijd steeds meer begin
te zien en te ervaren. Met vier andere mannen gaan we naar buiten, richting
beekje, en komen uit bij een holle boomstronk die een mooie zitplaats voor ons
vijven biedt, en associaties van ‘bron’ en ‘baarmoeder’ wekt. We wisselen uit
over onze verhouding tot het element water. Hans die zijn hele leven al in de
scheepsbouw werkt, typeert ons allerijl als doeners. Dat gaat mij wat te snel,
ik heb het gevoel dat er zo een kunstmatig groepsgevoel wordt opgewekt. Toch
voel ik me hier om mijn plek. Ton channelt een boodschap over water – ‘reis
naar de bron, wordt de bron, en breng zo god op aarde’ – woorden die mij pas
echt raken als Albert ze in zijn eigen woorden weergeeft.
Groep valt uit elkaar
’s Middags valt de groep uit elkaar. Ton heeft als
complicerende factor te kampen met een deelneemster die tegelijkertijd – sinds
een maand of zes – zijn vriendin is. De eerste twee nachten hebben we samen op
een kamer geslapen. Dat doen we altijd, omdat we dan allerlei ingevingen ’s
nachts en in de vroege ochtend kunnen delen en vaak op die manier de lijn voor
de komende dag uitzetten. Bovendien vinden we het allebei gezellig. Maar nu
vergt de nog jonge en wellicht instabiele relatie – het is maar een
veronderstelling – de nodige aandacht. ‘Tsja’, denk ik enigszins knorrig, ‘dat
krijg je er van als je werk en privé met elkaar vermengt’. Even later besef ik
dat dat nou precies is waarom we hier zijn: om werk en privé met elkaar te
vermengen. Ton heeft die middag nodig om aandacht aan zijn relatie te besteden,
okee. Vooruit dan maar. Niet voor het eerst en ook zeker niet voor het laatst
denk ik: ‘Dit is de laatste keer dat we het zo doen.’
Ik nodig de andere drie watermannen uit mee naar de bron te
gaan. Ik voel mezelf ernstig afgesneden van mijn innerlijke bron, misschien
helpt het om contact te maken met de uiterlijke bron: een prachtige plek een
eind verderop langs het stroompje waar het water van onder een heuveltje
tevoorschijn komt. De aarde/vuur-groep, inmiddels gefuseerd, had hetzelfde idee
en staat naast de bron. Dan gaan wij maar bovenop de bron staan. We zijn een
tijdje stil. Albert zegt dat hij de energie van de bron kan voelen. Ik voel
niks. Dan verttrekt het aarde/vuurgroepje, en wij nemen plaats op het bankje
naast de bron. Af en toe zegt een van ons iets. Terwijl we zo naar het water
van de bron kijken, valt ons op dat er af en toe een vlaag mist over het water
lijkt te liggen. Hans zegt dat dat vreemd is, want het water is niet warmer dan
de omgeving. We concluderen dat dit dan wel de verschijning van de bij de bron
behorende waternimf zal zijn. De mist verdwijnt, maar komt ook steeds weer
terug. We baden ons in het mysterie.
Dan besluiten Rinus en Hans in het naburige dorp frites te
gaan eten. Voeding is er in vele soorten. De macrobiotische keuken van
Bois-le-Comte geeft hen blijkbaar niet wat ze nodig hebben. De watergroep ontbindt
zichzelf, Albert blijft achter bij de bron en ik ga in mijn eentje het bos
in.
Loslaten?
Aan weerszijden eindeloos veel tinten groen, voor me een
hobbelig en modderig pad. Ik ben blij dat ik even alleen ben, me even kan
ontspannen en de groep achter me kan laten. Het woord ‘loslaten’ schiet steeds
door me heen. Wat moet ik loslaten? Wat is het patroon dat me niet meer dient?
Ik denk er over na maar word ook stil. Weet uit ervaring dat ik me er niet uit
kan denken, maar dat ook de ontvankelijkheid van de stilte nodig is. Ik kom
langs drie grote stenen die een soort poort op het pad vormen, en besef: op dit
punt laat ik straks, als ik weer terugga, heel bewust iets achter. Nu nog
uitvinden wat.
Op een heuvel zie ik een plek die me aantrekt en ik ga er
zitten, sluit mijn ogen, vraag om leiding. Het word stil en ik neem mijn
dwarrelende gedachten waar. Het lijkt wel een pannetje soep dat staat te
pruttelen en waaruit zich langzaamaan drie vastgeroeste overtuigingen
kristalliseren:
1. Ik ben wat ik doe
2. Ik móet altijd iets doen
3. voor mij is er geen innerlijke leiding
Ik voel me rustig en weer met mezelf verbonden. Ik loop
terug en voer bij de ‘poort’ op mijn eiogen manier een loslaatritueel uit.
Onvervalst gezellig
‘s Avonds beleven we als groep ons hoogtepunt, waar dit stuk
mee begon. Na afloop zitten we bij elkaar, biertjes te drinken en chips te
eten. Het is onvervalst gezellig. Ik zit naast Han Ko op de bank, ik ben
gefascineerd door wat hij allemaal waarneemt en vraag hem er naar. Hij ziet en
weet heel veel van de onzichtbare wereld, maar worstelt er al jaren mee die
kennis op aarde te brengen. Van zijn meester – een onstoffelijke entiteit –
heeft hij de opdracht gekregen dat te doen, maar het is hem nog niet gelukt.
Gaandeweg ons gesprek ontstaat het idee dat ik hem daar misschien wel bij zou
kunnen helpen. We spreken af dat ik hem in ieder geval een keer zal komen
interviewen, en dan zien we het verder wel.
Studiegroepje
De volgende morgen heb ik het vaste voornemen weer wat
gestructureerder aan de slag te gaan met de vraag hoe spiritueel leiderschap in
praktijk te brengen. Of gaat het meer om: hoe de vormloze dimensie van
bewustzijn te verbinden met de aardse wereld van manifestaties? Of om: welke
voorwaarden zijn nodig voor bezielde samenwerking? Of om: hoe gaan we hier geld
mee verdienen? Misschien is de eerste vraag wel: wat is eigenlijk de vraag?
In de cirkel nodig ik belangstellenden uit daartoe met mijn
vanmorgen een studiegroepje te vormen. Dan komen we over toen minuten – met
flipover! – bijeen in de pianokamer. Ton waarschuwt dat de pianokamer misschien
door een andere groep gebruikt wordt. Ik ga even kijken, er is niemand. Zo te
zien is de ruimte niet in gebruik. Ik steek de kachel aan en ga terug naar de
grote zaal. Daar is inmiddels iets gebeurd. Als ik de groepsenergie
rechtstreeks zou kunnen waarnemen zou ik zeggen: compleet veranderd, heel veel
rood en zwart, met vegen geel en groen. Nu constateer ik alleen maar dat er
blijkbaar plotseling een ander onderwerp op tafel ligt. In mijn afwezigheid is
Ton beginnen te vertellen over zijn werk in de Gaza-strook. Ik weet er van, hij
werkt daar al jaren met een groep acteurs, en komt er een enorme hoop
uitzichtloze ellende, verscheurend verdriet en diepe collectieve trauma’s
tegen. Hij vertelt erover, de tranen biggelen hem over de wangen. ‘En mijn
studiegroepje dan?’, denk ik nog, maar de groepsenergie slaat definitief een
andere richting in. We gaan healen. Ik voel afstand tot het gebeuren, maar ga
er toch in mee. Gaza zelf is voor mijn een beetje een abstractie, maar ik kan
wel goed meevoelen met Ton. De hele groep ontvangt zijn pijn en verdriet en
steunt hem. De golven gaan door de groep heen, samen dragen we iets dat groter
is dan onszelf en dat we - ik althans – nauwelijks kan bevatten, maar het voelt
wel goed om het zo te doen.
Na afloop is de ochtend als grotendeels voorbij en zitten we
her en der pratend te wachten op de lunch. ’s Middags denk ik op nieuw: nu dan
maar studiegroepje? Maar nee, de acht vrouwen van onze groep hebben de krachten gebundeld, en nodigen de
mannen om drie uur uit in de pianokamer. Als ik daar binnen kom, ervaar ik de
vrouwencirkel als een stevige eenheid, maar de mannencirkel daaromheen voelt
erg verbrokkeld aan. Er ontstaat een ritueel waar sommige deelnemers zich erg
door gesteund en verrijkt voelen, maar wat mij weinig doet. Zelf voel ik dat ik
vooral krampachtig aan het zoeken ben naar de eenheid die we gisteravond
ervoeren, maar die nu opgelost lijkt. Vertrokken naar hoger sferen, neem ik
aan.
’s Avonds is er een opnieuw een mannen-vrouwenvcirkel, maar
nu andersom: de mannen zitten in het midden, de vrouwen er omheen. Het kan zijn
dat er veel heilzaams plaatsvindt, maar ik voel me afgesloten, zoals ik me
sinds maandagmorgen al veel te vaak heb gevoeld. Opnieuw gaat de gedachte door
me heen: ‘dit doe ik dus nooit weer...’ Ton reageert wat bokkig op de groep,
hij krijgt tegengas. De groep is in mijn beleving nu weer geheel uit elkaar
gevallen. Iemand stelt de vraag of mijn studiegroepje nog doorgaat. ‘Niet
vanavond meer, maar morgen wil ik weer gestructureerd aan de slag.’ Ik heb nog
geen idee hoe.
Samenhang individueel en groepsproces
Die nacht slaap ik slecht. Gelukkig lig ik alleen op de
kamer, want regelmatig moet het licht aan om weer een verhelderende gedachte op
te schrijven. Tegen het ochtendgloren heb ik wel weer vertrouwen in de komende
dag.
Dat vertrouwen is vooral gebaseerd op het inzicht dat ieders
individuele proces en het collectieve groepsproces samenhangen.
Individueel zoeken en verlangen we naar eenheid, en vanuit
mijn Padwerk-achtergrond weet ik dat er drie grote blokkades voor die eenheid
zijn: angst, trots en eigen wil. Als we de stap overslaan om aan onszelf te
werken, onszelf te zuiveren, komen die blokkades in het groepslichaam terecht.
Tegelijkertijd kan het groepslichaam ons helpen in ons individuele
zuiveringsproces weer ene stap verder te komen. Zoals we ook in deze vierdaagse
doen.
We hebben allemaal een stukje van de puzzel in handen, en we
zijn aan het leren die puzzelstukjes met elkaar in verband te brengen. Daar
hoort bij dat we kritiek durven geven en durven verdragen. Als we samen een
cirkel vormen, nemen we allemaal ons eigen standpunt op de rand van die cirkel
in, en beschikken over de kennis die bij onze eigen taartpunt hoort. Met de
kennis die daaraan grenst, hebben we meestal niet zoveel moeite. Ander wordt
het als andermans of -vrouws kennis zich op het tegenovergestelde deel van de
cirkel bevindt. Dan is die kennis zo vreemd voor ons, dat we een enorme neiging
kunnen voelen er de deur voort te sluiten.
Zelf ervaar ik dat tijdens de vierdaagse met alle kennis en
inzichten die met ‘hoger sferen’ te maken hebben. Ik channel niet, ik zie geen
lichtwezens of andere immateriële verschijnselen, ik voel geen sterke energie
bij opgeladen voorwerpen. Ik ervaar niet dat ik een directe verfbinding met ‘de
andere kant’ heb, zoals sommige mensen dat wel lijken te hebben. In de loop der
jaren heb ik moeten leren te vertrouwen op mijn eigen instrumenten: ik neem op
mijn manier wel degelijk veel waar, maar het bevindt zich in een ander
kennisdomein dan channelen, lichtwezens zien, energie van voorwerpen of plekken
voelen.
Twee dingen zijn nodig om tot werkelijke verbinding en
samenwerking te kunnen komen:
1. ik moet mijn eigen instrumenten serieus nemen en verder
blijven ontwikkelen
2. ik moet open blijven staan voor anderen die over andere
kennis beschikken en met hen de dialoog aangaan.
Communicatie is dus wezenlijk voor de verdere ontwikkeling van het
groepsbewustzijn. Communicatie kan niet zonder onthulling: jezelf laten zien,
en daarbij ook je kwetsbare en minder mooie kanten durven tonen. Communicatie
kan ook niet zonder wederkerigheid: sommigen praten liever en hebben moeite met
luisteren. Anderen luisteren liever en hebben moeite met zich uitspreken. Als
we in die patronen blijven steken, bereiken we elkaar niet.
Op dat punt raakt de individuele verantwoordelijkheid het
collectief: als je jezelf achter houdt terwijl je wel iets te melden hebt,
breng je schade toe aan het groepslichaam. Hetzelfde gebeurt als je je jouw wil
of visie probeert op te leggen aan de groep. Dan gebruik je het groepslichaam
voor je eigen doeleinden, en dat leidt al heel snel tot: misbruik.
Ik citeer uit de uitnodiging die we voor deze vierdaagse de
wereld in stuurde: “Spiritueel Leiderschap is de kunst je als individueel
lichaam te verbinden met het grotere groepslichaam. Groepslichamen zijn er, net
als individuele lichamen, in allerlei soorten en maten: gezin, familie,
vriendenkring, school, werk, wijk, buurt, club, geloof, hobby, sport, visie.
Uiteindelijk is er één lichaam waar al die groepslichamen onderdeel van zijn:
de Eenheid, het Leven, God.
We leven in een tijd waarin we dat besef van Eenheid steeds
sterker gaan ervaren. Dat is een voorrecht èn een noodzaak. De uitdagingen van
onze tijd zijn zo complex dat we er ofwel samen uit komen, of er niet uit komen.”
Op donderdagmiddag nemen we afscheid van elkaar. Corine en
Willem Ki zijn eerder al vertrokken, Corine in verband met haar werk, Willem
omdat hij op de racefiets naar huis gaat.
Ieder formuleert zijn of haar eigen concrete stap voor de
komende dagen, weken, maanden. Hans wil
een simpele e-mail constructie fabriceren, waardoor we met elkaar in contact
kunnen blijven. “Loslaten is de les. Iedereen is vrij om wel of niet mee te
dioen.”Ann heeft de grote
rijkdom van het zijn ervaren, en wil daarmee doorgaan. “Ik ben open en ik ga.” Koen heeft nieuwe energie en inspiratie gevonden voor
zijn project om de afvalberg in de Stille Oceaan op te ruimen en om te zetten
in een product waarmee de grond in arme landen vruchtbaarder gemaakt kan
worden. “Toevallig heb ik morgen
de eerste bijeenkomst met alle betrokken partijen.” Ria neemt zich voor haar sexuele energie meer te
gebruiken om te aarden. “Ik ga groepen zoeken waar ik dit voor mekaar kan
krijgen.” Martin wil meer
harmonie brengen in zijn relatie. ”Bijvoorbeeld door samen te gaan mediteren. Els wil een waterritueel in Brussel
gaan uitvoeren, en meer spiritueel leiderschap in haar werk brengen. “Daarover
wil ik graag contact met jullie blijven houden. Han Ko wil landschap en natuur tot een steviger instrument
voor heling maken. “Een concrete stap is dat ik energetisch opruimwerk wil doen
op de slagvelden uit de eerste wereldoorlog. Rinus voelt een extra impuls voor zijn dadelpalmproject
in Jericho, waar hij al langer mee bezig is. “Eigenlijk ga ik gewoon door met
waar ik mee bezig ben, zoals ook met mijn healer opleiding waar ik nu in het
tweede jaar zit, en nog vier jaar heb te gaan.” Kira neemt de wijze les mee terug de wereld in dat het
essentieel is bij zichzelf en bij haar vrouwelijke kracht te blijven. “Dan kan
ik andere mensen ook weer in hun waarheid zien.” Willem neemt zich voor de kracht van zijn individuele
verantwoordelijkheid niet langer weg te laten lekken. “En waar die kracht
vervolgens heen gaat, dat horen jullie van me.” Albert gaat door met zijn roeping: spiritualiteit en
architectuur met elkaar te verbinden. “Ik help mensen thuis te komen, daar ben
ik nu echt klaar voor.” Maria heeft een hernieuwd besef dat ‘alles helemaal goed
is zoals het is.’ “Volgend jaar wil ik ook naar Jericho.” Steven gaat zijn spiritueel leiderschap dat hij een paar
jaar heeft laten liggen, opnieuw opnemen. “Ik ga weer aan de slag met Reiki en
Shiatsu, mensen begeleiden om terug bij hun bron te komen.” Wessel gaat in werk en eigen wereld brengen wat de vrucht
van deze vierdaagse is: werkelijk oordeelloos naar de ander luisteren,
geintersseerd zijn in de diepere drijfveren van de ander. “Zo kunnen we overal
heilige plekken creëren.” Voor Frank is het helder dat hij op de goede weg is. “In mijn werk kan ik de
mensen nog meer vertrouwen geven in wie ze zijn.” Ariana heeft beseft dat het essentieel is dat je doet wat
je wezenlijk wilt. “Ik ga doen wat ik wil: zijn.” Ook voor Sandra is dat wat ze meeneemt: het belang van in je eigen
centrum blijven. “Ik wil verbonden blijven met wat ik echt wil, en dan wel
graag met een beetje lichtheid en speelsheid.” Gerard hoeft helemaal niets. “Het gebeurt helemaal
vanzelf. Kijk maar hoe mooi het is.” Rijn heeft ontdekt dat hij veel meer een speelse nar is dan de vechtersbaas
die hij altijd meende te moeten zijn. “Ik wil die rol vol op me kunnen nemen.” Ton wil genieten van wat er allemaal is, en ook een
steviger basis voor zijn werk scheppen. “Ik ga de Tree of Life Foundation
opzetten om mijn werk te ondersteunen.” Jan gaat zijn schrijverschap en zijn Padwerk
docentschap serieuzer nemen. “Ik wil de Kunst van de Communicatie
beoefenen.”
We gaan de wereld in en het verhaal gaat verder. Els stuurt
ons foto’s van het waterritueel dat ze in Brussel uitvoerde. Verschillende
mensen sturen verslagen, waarin ook de kritische noten niet worden geschuwd.
Koen stuurt informatie over zijn AquaTerra4People project: ecologische
bestrijding van het drinkwatertekort in o.a. Mali. Meer info: e-mail kddc@telenet.be Han Ko kondigt een driedaagse
healingreis naar de slagvelden rond Verdun aan: 9. 10 en 11 november. Meer
info: www.han-ko.nl, e-mail: starhawkdreamer@gmail.com
Behalve onze indivudele voornemens hebben ligt er het
voorstel dat ieder informatie rondstuurt over waar hij/zij mee bezig is en
vooral: wat voor soort hulp (advies, bijstand, ondersteuning, contacten,
ervaringen etc) welkom is. We delen het besef dat er een zaadje ontkiemd is,
maar kiempjes hebben wel zorg en aandacht nodig...
Reacties