Het Verhaal doet zijn werk
Mannenworkshop ‘Het Pad van de Man’ met Ton van der Kroon en Jan Roelofs
Door Jan Roelofs
Zondagmiddag, aan het eind van een driedaagse training,
staan we met 22 mannen bij de ingang van een labyrint. in het midden brandt een vuur. Een voor een lopen elf Belgen en elf Nederlanders in stilte
naar de kern. Daar bieden de vlammen de transformerende kracht om iets van hun
innerlijk geheim prijs te geven, los te laten, om te vormen. Drie dagen zijn we
bij elkaar geweest. Drie dagen waarin we vanuit de gewone wereld geleidelijk
aan de wereld van de ziel zijn binnengegleden om de kracht van de archetypische
lagen in elkaar en in onszelf, zijn werk te laten doen. Door het labyrinth te
lopen ronden we ons verblijf in de mythische wereld weer af en maken we weer de
overgang naar het dagelijks leven, dat op ieder van ons te wachten ligt..........
Verhalen met een eigen werking
Als begeleiders hebben Ton
(van der Kroon) en ik het verhaal van Icarus en het verhaal van Theseus
gekozen, die beiden met het labyrinth geconfronteerd worden. Icarus wordt er
samen met zijn vader Daedalus – de bouwer van het labyrinth – in opgesloten en
ontsnapt vliegend met vleugels van veren en was. Hij luistert niet naar de
waarschuwing van zijn vader, komt te dicht bij de zon, de was smelt en hij
stort neer in zee. Theseus betreedt vrijwillig het labyrint om de mensenetende
Minotaurus – half mens, half stier – te verslaan. Dat lukt hem, en dankzij de
draad die de koningsdochter Ariadne hem geeft, vindt hij ook weer de weg naar
de uitgang.
Deze verhalen zijn zo oud als
de mensheid, ze komen uit de mythologische laag van ons collectieve
onderbewustzijn. Als je er mee aan de slag gaat, merk je dat ze een eigen
werking hebben. Er gebeuren dingen die je niet kunt verklaren, maar toch
perfect kloppen. Mits je aan twee voorwaarden voldoet: je moet er voldoende
tijd voor nemen, en je moet je werkelijk overgeven aan het verhaal. Niet gaan
sturen, controleren, manipuleren, want dan gebeurt er aan de oppervlakte
misschien wel van alles dat ongetwijfeld heel indrukwekkend is, maar de diepere
laag onberoerd laat. Voor ons als begeleiders is het moeilijk om dat uit te
houden, om de chaos en de verwarring (‘het was één grote brei’ zal een van de
deelnemers later over die gedenkwaardige vrijdagavond zeggen) er gewoon te
laten zijn. Het ongemak van het zoeken en rondtasten toe te laten, inclusief de
angst voor het verwijt aan ons adres dat we er een zootje van maken.
Maar zover zijn we nog
helemaal niet als we op donderdagavond beginnen met een rondje over de vraag:
waarom kom je hier, wat zoek je, waar worstel je mee? Twintig mannen die –
sommigen voor het eerst in exclusief mannelijk gezelschap – aan elkaar bekennen
wat ze diep van binnen dwars zit. Dat ze het contact met hun eigen kern kwijt
zijn, niet meer weten wat ze nou ècht willen, in zichzelf dingen aantreffen
waar ze bang voor zijn, zoals trots, woede, wrok, gewelddadigheid. Dat ze
zichzelf maar niet kunnen vergeven, niet kunnen accepteren zoals ze zijn, niet
van zichzelf houden. Dat ze de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven uit de
weg gaan, dat ze hun vader zo enorm missen, altijd gemist hebben. Dat ze de
kracht willen vinden om risico’s te durven nemen, om met hun demonen af te
rekenen, dat ze zo’n moeite hebben hun grenzen aan te geven en te handhaven,
dat ze niet langer willen óverleven maar léven.
Heere God helpt u ons
Ik kijk de kring rond en zie
vragende ogen, bespeur her en der kleine jongetjes met grote behoeften, lees
verwachting op de gezichten. Nu ze zich hebben uitgesproken ligt de bal bij Ton
en mij; wij zijn tenslotte toch de leiders van deze workshop? De deelnemers
komen hier en hebben al betaald. Nu moeten wij ‘de waar’ gaan leveren. Het
wordt me benauwd te moede. Gelukkig vragen we aan het begin van de workshop samen
met de groep om de steun van de onzichtbare wereld . In een gebed om steun
richt ieder zich tot zijn vorm van het goddelijke – of dat nou een voorvader,
een gids, Christus, Boeddha, een boom, een energiewolk of een guru is. Ook ik
richt mij tot mijn vorm. Sinds kort spreek ik het Goddelijke weer aan als de
oudtestamentische ‘Heere God’ waarmee ik opgegroeid ben. ‘Bronnen van Wijsheid
in en om me heen’ werd me zo langzaamaan toch iets te vaag, iets te
vrijblijvend. ‘Heere God’, zo bid ik, ‘helpt U mij met deze groep het juiste
pad te gaan.’ ‘Helpt u óns…’ wil ik daar haastig aan toevoegen maar nee, Ton
moet maar met zijn eigen goden en godinnen praten.
Als ik even later in bed lig
heb ik geen idee meer hoe we de volgende ochtend verder moeten. Ik zou met het
ochtendprogramma de structuur neerzetten, zo hadden we afgesproken. Welke
structuur eigenlijk? De structuur van de oeverloze ruimte? De structuur van het
steeds weer denken ‘was ik maar ergens anders?’ Ik val in een onrustige slaap.
Midden in de nacht word ik
wakker met een paar heldere ideetjes voor het ochtendprogamma. De Heere God
staat aan mijn kant. Ik ga naar de wc en schrijf een paar invallen op want voor
ik het weet ben ik ze weer kwijt. Ik ben blij dat we gisteravond in de groep de
verhalen over Icarus en Theseus hebben verteld. Ton deed zijn Icarus-verhaal
uit het hoofd, dat durf ik op zo’n moment niet, bang dat ik een essentieel
detail vergeet. Toen ik het Theseus-verhaal voorlas, hoorde ik her en der in de
zaal vol liggende mannen het geluid van gesnurk. Die verhalen doen hun werk
wel, stel ik mezelf gerust.
’s Ochtends aan het ontbijt
zitten Ton en ik aan een tafeltje apart. Ik merk dat ik het, zeker in het
begin, wel prettig vind wat afstand tot de deelnemers te bewaren.
Voordat we met de groep
beginnen wandelen we door het prachtige glooiende landschap waar de grote
boerderij van het Oost-West Centrum in ligt verscholen. We bespreken de plannen
voor die ochtend, besluiten dat het nog te vroeg is om actief met de hîërarchie
in de groep aan de slag te gaan. Met z’n tweentwintigen moeten we eerst nog een
groep wórden.
Groepsenergie steeds meer een geheel
Als ik even later in de
Zwaluwzaal de groep in beweging zet vallen mijn zenuwen weg en voel ik me als
een vis in het water. Bewegen, ademen, in het lichaam zakken, je voeten voelen,
de energie in je benen op gang brengen, je bekken waarnemen als schaal die je
draagt, de adem langs je hart laten gaan, je defensiepatronen met je armen
voelen en uitdrukken, al snel vliegen de eerste zweetdruppels in het rond, ik
krijg het zelf ook erg warm en benoem al bewegende nogmaals allerlei scenes uit
het labyrinthverhaal. Op een gegeven moment voel ik de energie van de groep
waar ik zelf nu ook deel van uitmaak. Die energie wordt steeds meer een geheel,
ik denk niet erg meer na bij wat ik sta te doen, volg de impulsen die zich in
mijn lichaam aandienen. De groep volgt wat ik aangeef, het voelt aan als een
hele soepele, moeiteloze dans. Nadat het hele lichaam aan de beurt is geweest,
sluiten we af met het hoofd: in tweetallen dragen de mannen elkaars hoofd. De
een ligt, de ander zit en wiegt heel voorzichtig het hoofd van zijn partner in
de handen. Kun je dat hoofd loslaten, overgeven aan een andere man?
Als de mannen met de ruggen
tegen elkaar uitrusten zingt Cat Stevens ‘Father and Son’. Door het
lichaamswerk is de openheid sterk toegenomen: de kwellende afscheiding tussen
vader en zoon wordt zo voelbaar dat de pijn er bij een aantal mannen uitbarst.
Een man staat op, huilt trillend en schokkend. Ik ga naar hem toe, hou hem
vast. Ton neemt de groep over. In de kring werken we met het verdriet van
verschillende mannen. Een van de belangrijkste facetten van een mannenworkshop:
je verdriet en pijn aan een ander laten zien en daar niet om afgekeurd worden.
Integendeel: je merkt dat andere mannen je daarin kunnen en willen steunen. Dat
jouw verdriet erkend en herkend wordt.
Om eééen uur is het tijd voor
de lunch. Ook al worden er diepe emotionele lagen geraakt, het is belangrijk de
vooraf afgesproken tijd-structuur aan te houden. Dat geeft veiligheid, voorkomt
dat het groepsproces te moerassig wordt.
Tijd wordt elastischer
’s Middags gaan we verder met
de voorbereiding van het Mythologische Spel dat we een etmaal lang zullen gaan
spelen. Ik merk bij het schrijven van dit verhaal dat we op dat moment al een
behoorlijk eind de diepte in zijn gegaan, want de volgorde in tijd is voor mij
nu moeilijk meer te pakken. Het lijkt of tijd soepeler, elastischer wordt. Was
de confrontatie tussen de grote Nederlandse en de kleine Belgische man nu voor
of na de lunch? Ben ik in de lunchpauze in het bos een talking stick wezen
zoeken of heb ik dat pas ‘s middags gedaan, toen alle deelnemers buiten op zoek
gingen naar hun persoonlijk attribuut, passend bij de vraag waar ze aan willen
werken? Sommige momenten staan me glashelder voor de geest, andere kan ik
alleen nog met de grootste moeite en dan nog heel vaag terughalen. Zo begint er
door de gebeurtenissen heen een ordening door te schijnen die wij niet bedacht
hebben maar die er wel degelijk is en die zijn heilzame werk doet.
Alle deelnemers wordt
gevraagd een rol in het mythologische verhaal te kiezen. Ton leidt het spel in,
geeft met zijn woorden onnadrukkelijk maar toch heel duidelijk wat accenten
aan. Ik vind dat hij dat erg goed doet, moet er ook om lachen. “Het geeft niet
als er van een rol meerdere vertegenwoordigers zijn. Het kan best dat we straks
met 19 Ariadne’s en één Theseus zitten.” Maar nee, we krijgen vier Icarussen,
drie Theseus’en, drie Minotaurussen en twee Atheense
jongelingen-die-aan-de-Minotaurus-geofferd-gaan-worden. In de verdere
rolbezetting: drie goden (Poseidon, Aphrodite en Dionysus), twee koningen
(Minos en Aegeus, de vader van Theseus), één Daedalus (vader van Icarus, bouwer
van het Labyrinth) één Perdix (leerling van Daedalus die door hem, in een vlaag
van jaloezie werd vermoord) en één Orakel van Delphi.
Persoonlijke èn collectieve vraag
Elk van de spelers kiest voor
de duur van het spel een persoonlijke doelstelling. Deze lopen uiteen van ‘de
kwaliteiten van mijn zoon helderder gaan zien’, ‘hoe leer ik mijn
onbezonnenheid te kanaliseren’ en ‘dieper contact met mijn ziel maken’ tot ‘hoe
overwin ik mijn angst om ontdekt te worden’, ‘hoe is het om totale liefde te
geven’ en ’hoe kan ik contact met mannen maken zonder meteen in de competitie
te gaan’.
Van ons krijgen ze ook een
gezamenlijke opdracht: versla de Minotaurus. Waarbij we in het midden laten waar die Minotaurus
te vinden is en wat ‘verslaan’ betekent.
’s Avonds na het eten begint
het spel. Ton en ik zullen als scheidsrechter fungeren en misschien af en toe
een interventie doen. Maar voorlopig doen we helemaal niks, en dat valt niet
mee. De neiging om in te grijpen is groot maar we weten ons te bedwingen. Ik
merk zelf dat daardoor een enorme onzekerheid naar de oppervlakte komt: ik heb
in deze groep nu eigenlijk geen functie meer, ik ben ‘niemand’ meer. Ik sta er
bij en ik kijk er naar.
Het Orakel van Delphi richt
een tempel in, de goden scheppen in een hoek een gezellig en comfortabel
hemeltje, de drie Theseusen voeren een verward gesprek over wat ze te doen
staat, de verschillende Icarussen zitten er wat verloren bij. Ik ben bang dat elk
moment een van de deelnemers er ontevreden uit zal flappen ‘wat is dit voor
flauwekul!’ ‘Waar gaat dit heen?’ ‘Leid dit tot iets?’ ‘Betaal ik hier m’n geld
voor?’
Lege groentekistjes
Maar geleidelijk aan merk ik
dat het niet een flauw rollenspel wordt – waar ik zo bang voor was. Stuk voor
stuk vereenzelvigen de mannen zich echt met hun rol, terwijl ze die rol
tegelijkertijd ook blijven observeren. Er gebeurt al van alles, waar we overigens
pas de volgende dag echt zicht op krijgen. Van die vrijdagavond herinner ik me
vooral hilarische momenten. De drie Theseus’en die bij het Orakel van Delphi op
bezoek gaan en zich naar de zin van het Orakel te weinig eerbiedig gedragen.
Daedalus die buiten van lege groentekistjes een labyrinth bouwt. Er is ook een moment waarop ik
de ruimte overzie en een gevoel van perfectie ervaar: her en der zijn groepjes
aan het overleggen, Dionysus is Aphrodite aan het masseren, een Icarus staat
zwijgend tegen de muur geleund, een Atheense offerjongen maakt dansbewegingen…
ik heb ineens het gevoel ‘dit moment, NU, alles staat op zijn plaats, alles
klopt perfect.’ Het duurt maar even, maar het is een mooi gevoel.
Af en toe een klein duwtje
De volgende ochtend
realiseren we ons dat het verhaal, het spel op een of andere wonderlijke manier
zijn werk aan het doen is. Wij hoeven niets anders te doen dan heel af en toe
een klein duwtje te geven. Bijvoorbeeld op het moment dat we aan het ontbijt
zitten en Daedalus naar ons toe komt: hij heeft die nacht vier heldere dromen
gehad – hij onthoudt anders nooit een droom – en vraagt zich af wat hij daar
mee moet. Ton stelt hem voor de dromen aan de groep te vertellen en daar zelf
het voortouw in te nemen. Goed idee, maar komen we als groep nog bij elkaar?
Ton en ik kijken elkaar aan. Tsja… Mijn beurt. Ik zeg op besliste toon: “Tien
uur in de zaal.” Een van die momenten die ogenschijnlijk weinig betekenis
hebben, maar waarop van ons toch gevraagd wordt om even helemaal aanwezig te
zijn.
Als we even later in de kring
zitten, de talking stick in het midden, gaat het allemaal vanzelf. De twee
koningen hebben overlegd, en Dionysus geconsulteerd. Koning Aegeus heeft met
zijn drie zoons (de Theseus’en) overlegd. Een Minotaurus meldt dat hij die dag
vrijwillig zal gaan sterven. Een Belgische Icarus vertelt dat hij van het begin
af helemaal geen zin had in dit spel, hij loopt aan tegen ‘die Nederlanders’,
die altijd zo’n grote mond hebben, ‘het altijd zo goed weten’. Ik erken dat wij
Nederlanders kunnen leren wat minder te praten en wat meer te luisteren. Een
Theseus zegt dat hij het gisteravond maar ‘een brei’ vond, maar dat hij nu
begint te zien wat dit alles met zijn eigen verhaal te maken heeft.
Zo is iedereen onderweg naar
zijn eigen antwoorden, daarbij geholpen door de andere mannen. Binnen de
‘rituele ruimte’ die door het verhaal geschapen en door de tijd begrensd wordt.
‘Alles wat er gebeurt is precies het juiste wat er dient te gebeuren’, heeft
Ton gisteren als eerste spelregel op de flipover geschreven. Die
zaterdagochtend is dat voor mij bijna voelbaar; het lijkt wel alsof elk woord,
elk gebaar perfect op zijn plaats is. De schoonheid van het moment ontroert me.
Hoezeer er hier iets aan het werk is dat ik met mijn hoofd niet kan begrijpen
maar dat toch van een grote wijsheid is, wordt me duidelijk als ik na afloop van
de kring– iedereen gaat in het spel weer zijns weegs – even naast Perdix ga
zitten. We praten wat, en hij vertelt me dat hij eigenlijk zit te wachten tot
de klap valt. Hij is de leerling van de jaloerse Daedalus, en hij kan elk
moment door zijn leermeester worden gedood. “Op het moment waar we nu in het
verhaal zitten’, zeg ik tegen hem, “bèn je al lang dood”. Hij kijkt mij
verbluft aan. In de minuten die volgen vertelt hij me dat dit exact overeenkomt
met de situatie in zijn dagelijks leven. Hij heeft een conflict met een
autoritaire baas, is afgelopen maanden voor het eerst tegen hem opgestaan, is
van ‘zijn’ project afgehaald en zit nu met onbetaald verlof thuis. Hij
realiseert zich dat hij thuis zit te wachten, maar waarop eigenlijk? “Voor mijn
baas bèn ik al lang dood.” Het is een bevrijdend inzicht, dat hem de ruimte
geeft zelf zijn volgende stap te kiezen, in plaats van te blijven afwachten.
Hoe is het mogelijk dat deze
man zo haarscherp de voor hem juiste rol kiest? “Alles wat er gebeurt is
precies het juiste wat er dient te gebeuren.”
Fysiek geweld
Dat vertrouwen wordt ’s
middags danig geschokt als er iets gebeurt waar we behoorlijk van schrikken. een
van de Atheense offerjongens gaf al eerder te kennen sterk aan zelfmoord te
denken; Hij blokkeert zichzelf zodanig met zijn ‘denkbeeldige’ angst voor het
leven dat hij voor zijn bestwil nu maar eens echte doodsangst moet voelen.
Aldus de diagnose. Minotaurus weet daar wel wat op, Hij heeft ervaring met
therapiegroepen en besluit eigenhandig de man ‘een lesje te leren.’
Als de Minotaurus bij het
slachtoffer een wurgklem aanlegt met de woorden ‘jij weet niet wat angst is’,
grijpt Ton in. “Nee! Geen fysiek geweld.” Ook dat was een van de spelregels. De
Minotaurus vraagt om vertrouwen: “Ik weet wat ik doe.” Het zijn maar woorden,
maar onder de oppervlakte is de krachtmeting voelbaar. “Nee! Stop daarmee!”
houdt Ton aan. We staan beiden klaar om op te springen, maar het is niet nodig.
De Minotaurus laat zijn slachtoffer los en gaat boos en gekwetst naar buiten,
de groep buiten adem achterlatend.
Dit maakt heel wat los, en
met de talking stick – prachtige uitvinding van de Indianen waardoor steeds
maar één man tegelijk het woord voert – kan iedereen er het zijne van zeggen. De
schrik wordt nog groter als blijkt dat de drie Theseusen, degenen die de
minotaurus hadden moeten verslaan, van dit plan afwisten; Ze hadden ingestemd,
maar het plan verzwegen voor hun vader Aegeus. Koning Aegeus voelt zich door
zijn zoons zwaar belazerd. De Belgische Theseus vindt het vreselijk dat hij
zijn vader dit heeft aangedaan, en voelt zo heel heftig zijn eigen pijn van het
missen van zijn vader. Een andere Theseus voelt zich door zijn broers misleid.
Verschillende mannen voelen de diepe angst voor het geweld van een mede-man. Er
is boosheid, verontwaardiging, maar ook begrip voor de goede bedoelingen. De
dader, Minotaurus komt er weer bij
en zegt dat hij in deze groep de ‘echtheid’ mist. “Als je zo slapjes met elkaar
om gaat ben je het over twee weken allemaal weer vergeten.” Later praat ik met
hem over zijn persoonlijke achtergrond (een gruwelverhaal vol misbruik) en kan
begrip opbrengen voor zijn visie, die ik echter niet deel. “Ga niet iemand anders
helpen, daarmee zet je de deur open voor allerlei ellende. Het is voldoende als
je jezelf helpt”, zo verwoord ik het in de groep.
Het werk zit er op
We lassen een pauze in en
ronden het spel daarna af. Iedereen heeft zo zijn eigen antwoorden gevonden
maar ik weet er weinig meer van. Ton stort in, gaat in een hoek liggen slapen
en ook ik voel me volledig gesloopt. Het werk zit er op. ’ s Avonds eten we in
de werkruimte eenfeestmaal,
aanliggend aan een Grieks banket. Wijn vloeit, er wordt gepraat, gelachen.
Later op de avond blijkt er nog een boeiende discussie over sex gevoerd te
worden, maar dan lig ik al lang in bed. Kan niet meer op mijn benen staan.
De volgende dag, zondag,
laten we de open ruimte achter ons en is het weer tijd voor structuur. De
rollen zijn afgelegd. Met beweging en meditatie leid ik de groep naar een zo
concreet mogelijke verwoording van ieders eigen antwoord: wat neem je mee uit deze
drie dagen. In een visualisatie vragen we onze innerlijke vrouw om raad en
bijstand. De antwoorden die in de kring worden gedeeld zijn ontroerend,
bemoedigend en echt.
Ton bouwt een geïmproviseerd
labyrinth van latten en buizen. In het midden, op de plaats waar de Minotaurus
huist, steek ik een vuur aan. Hier bezegelen we ’s middags onze eigen en onze
gedeelde ervaring. Precies om vier uur zijn we klaar. De helden gaan weer naar
huis. Wij blijven nog een dagje, om weer af te kicken.
Dank aan de Godin
De volgende morgen wandelen
we samen door het bos naar de nabijgelegen abdij van Orval. Tijdens de
wandeling voelen we de euforie van het gedane werk. Het is alsof we de energie
van de groep nog kunnen voelen; ons er door gedragen weten. Het is een heerlijk
gevoel maar het kan niet duren.
In de kerk van de abdij
spreken we elk op onze eigen manier de dank uit aan het vrouwelijke principe,
aan de Godin,Hier aanwezig als de Maagd Maria, voor wie de monniken in witte
pijen om twaalf uur een gezongen mis opdragen We bidden in stilte, luisteren
naar de monnikken en vragen antwoord op onze eigen zoektocht door het
labyrinth..
Als we terugwandelen merk ik
dat we ‘er uit’ zijn. De euforie, het gevoel van verbondenheid, de zekerheid
van het juiste woord, het twijfelloze diepe gevoel… het is weg. We zijn weer
gewoon twee mannen, twee vrienden. Moe maar voldaan, op weg naar huis.
.
Stelt u mij aub op de hoogte over een volgende mannengroep.
Ik voel zelf dat mijn weg mij in deze richting voert en wil graag meedoen,
leren, afkijken, groeien en wellicht ook deze ervaring verder kunnen uitdragen.
Met vriendelijke groet,
Kaj Wibier
Geplaatst door: Kaj Wibier | 12/13/2011 om 12:32 nm
Mar18Hans Complimenten Chef, wnaeenr het in de keuken niet meer lukt ga je maar boekies schrijven!!
Geplaatst door: Kai | 02/14/2012 om 08:21 vm