Dood als taboe in organisaties
door Ton van der Kroon (in opdracht van VROM)
Sterven is taboe. Zowel voor mensen als voor organisaties is sterven niet iets waar ze graag bij stilstaan. We leven in een westerse cultuur waar sterven lange tijd tot een van de grootste taboes werd gerekend. Langzaamaan komt daar verandering in. Er ontstaan nieuwe manieren van stervensbegeleiding en uitvaartdiensten; Er wordt over sterven gesproken en nagedacht. Door ziektes als AIDS en kanker wordt sterven een proces waar meer mensen nauw bij betrokken zijn.
Voor organisaties ligt het op dit moment nog iets
moeilijker. Zij lijken als geen ander bepaald te worden door het westerse
adagium van groter, beter, mooier sneller. In dat rijtje hoort de dood niet
thuis. Er wordt dan ook alles aan gedaan om het hele begrip ;sterven’ zo ver
mogelijk weg te houden uit de dagelijkse bedrijfsvoering. Sterven betekent
namelijk loslaten en bedrijven zijn vnl. bezig met vasthouden en controleren.
‘Zonder controle en beheersing kunnen we niet: het zou een chaos worden. Wat
moet er worden van onze plannen, onze winst, onze toekomst’. Het westers
kapitalistisch denken is gericht op de maakbaarheid van de toekomst: We hebben
het zelf in de hand. Maar langzamerhand komen we erachter dat we sommige
processen niet zo strak in de hand hebben als we dachten of hadden gehoopt. Het
milieu, het fileprobleem, het dreigende drinkwatertekort en de verwarming van
de aarde zijn aanwijzingen voor
een op handen zijnde golf van veranderingen waar we tot nu toe geen passende
oplossing voor hebben.
Ook de technologische en culturele verandering die
het internet met zich meebrengt zal een herorientatie vragen op het leven en
sterven van organisaties. De vorm zal minder belangrijk worden en gedeeltelijk
verdwijnen. Nieuwe vormen van organisaties en besluitvormingsprocessen zullen
zichtbaar worden. Netwerkstrukturen en organische strukturen zullen hun intrede
doen. Maar terwijl nieuwe bedrijfsvormen als paddestoelen uit de grond komen,
kampen de oude en nogal starre, hierarchische organisaties met hun verleden. De
vorm waarin ze ontstaan zijn voldoet niet meer, of niet meer goed. Er is vaak
een weigering van dergelijke organisties om zich de snelle veranderingen eigen
te maken. Net als bij oude mensen verloopt het veranderingsproces van oude
organisaties langzamer en moeizamer. Ze kunnen niet meer zo snel meerennen als
de jonkies. Verandering past niet meer op hun leeftijd en het enige wat rest is
sterven.
Is dat erg? “Nee”, zei laatst een directeur van een
florerend internetbedrijf. Hij had jaren in een grote logge organisatie gewerkt
en kwam tot de constatering dat verandering te moeilijk was. Hij begon zijn
eigen bedrijf en paste daar alle veranderingen toe die hij wilde, met groot
succes. “Bedrijven gaan dood, en dat is goed. De mensen verkassen en blijven
leven. Op de puinhopen van de dood groeit groen gras. Sterven zorgt voor
vruchtbaarheid en nieuw leven, net zoals oude stukken bos worden verbrand om te
zorgen dat er nieuwe aanplant kan komen.”
Wat echter niet onderschat kan worden is de
emotionele lading die stervensprocessen in organisaties met zich meebrengen.
Mensen en organisaties die sterven maken vaak een lang proces van verandering
en acceptatie door.
De eerste fase daarin bestaat uit ontkenning. De
verstarring en traagheid van grote organisaties is een eerste uiting van
ontkenning. Verandering en nieuw leven wordt tegengehouden, hetzij uit angst
voor sterven hetzij uit angst voor werkelijk leven. Beiden horen bij elkaar.
Wie werkelijk kan sterven kan ook werkelijk leven. Leven betekent risico’s
aangaan, stappen nemen, het onbekende tegemoet gaan, plezier hebben, lief en
leed delen. Vaak is een dergelijke openheid en gezonde levenslust in
organisaties ver te zoeken. Ze bloeden langzaam dood. Door de schok van de
diagnose ‘dood’ kunnen sommige bedrijven weer tot leven worden gebracht, mits
de boodschap met tact maar desalniettemin duidelijk wordt overgebracht. Dood is
dood, niet een beetje minder. Een eerste stap in het gezond maken van een
organisatie is de onomstreden constatering dat de dood onontkoombaar is. Lange
tijd zal deze conclusie ontkend worden, en zal iedereen de werkelijkheid
proberen te ontlopen. Dat gebeurt op verschillende manieren:
1. Manier één bestaat uit het keihard verder werken.
De patient zal bij het horen van de diagnose ‘terminaal’ tegen beter weten in
nog harder werken dan daarvoor om het naderende onheil te bezweren.
2. Manier twee bestaat eruit de handdoek in de ring
te gooien. ‘Het heeft toch allemaal geen zin. Het zal mijn tijd wel duren.
morgen is er weer een dag’. etc.
3. Manier drie bestaat uit het relativeren van de
dood. Wellicht kunnen we er iets leuks van maken; er samen eens over praten en
er nog iets van leren. Het werkelijk beleven van de dood wordt daarmee ontkend.
4. Manier vier is woede en onmacht. ‘Wat denken ze
wel. De heren bedenken van alles en beslissen voor ons.’ In grote bedrijven is
dit een groot en veelvoorkomend probleem. De verantwoordelijkheid voor het
leven en sterven van de organisatie wordt bij het management gelegd, of in
ieder geval buiten de eigen verantwoordelijkheid. Ook dit is een ontkennen van
de dood en daarmee van het leven. Hier zit de crux van het opnieuw
levensvatbaar maken van een bedrijf. Door de verantwoordelijkheid weer voor de
100% toe te eigenen op individueel nivo kan er weer leven ontstaan. Zodra de
macht over levensprocessen uit handen wordt gegeven, worden mensen marionetten
in een groot systeem waar ze geen controle of zeggenschap over hebben. Leven
betekent vrijheid en verantwoordelijkheid nemen en dat is iets waar oude
orgnisaties meestal niet op zijn afgestemd. De oude - op hierarchische en
‘fordiaanse’ manier vormgegeven - bedrijven zijn er op gericht geweest om de
individuele vrijheid en beslissingsbevoegdheid van werknemers aan banden te
leggen. Als dit proces niet veranderd is een grote organisatie ten dode opgeschreven.
De vorm overheerst het leven en om opnieuw geboren te worden moet de oude vorm
sterven. (zie bij werkvormen: open space conferenties)
5. Manier vijf is vluchtgedrag. Mensen springen van
het schip af, gaan jobhoppen, zoeken naar andere banen of zoeken hun vertier
elders. Ze accepteren hun onvermogen in de grootte van de organisatie. Ze
wachten niet op de dood, maar zoeken naarstig naar iets nieuws. Toch kunnen ze
het doodsproces niet geheel ontlopen, omdat zoals zij deel zijn van de
organisatie, de organisatie ook een deel is van hen. Zo binnen, zo buiten.
stap een : sterven is loslaten
Sterven is loslaten. Loslaten van controle, loslaten
van oude vormen en strukturen, loslaten van manieren van denken en handelen,
loslaten van hieriarchische besluitvormingsprocessen, loslaten van relaties,
loslaten van identiteit en maatschappelijke positie, loslaten van
georganiseerde verandering en planmatige beheersing. Het denken schiet tekort.
Ook deze woorden schieten tekort. Zelfs het vertellen erover schiet tekort.
Sterven kan alleen maar ‘beleefd’ worden. Dat geldt voor individuele personen,
en voor groepen en organisaties ook. in mijn werk als trainer wordt ik
regelmatig geconfronteerd met stervensprocessen; het onder ogen zien van de
(ego)dood en de pijnlijke waarheid die dat met zich meebrengt. In de beleving
is er geen verschil of dat een fysieke dood of een emotionele dood voorstelt:
het organisme ervaart de doodsdreiging en reageert daar op instinctmatige
manier op. Zoals er vroedvrouwen nodig zijn tijdens een geboorte, zo zijn er
ook stervensbegeleiders nodig tijdens het sterven. Steven is een omgekeerd
geboren worden en gaat gepaard met heftige weëen. Als er goede begeleiding
aanwezig is van iemand die de werking en de kracht van de dood kent kan het
stervensproces op een vruchtbare manier verlopen. De oude vorm sterft, maar
maakt tegelijkertijd plaats voor nieuw leven. Dit proces kan het beste in een
rituele vorm worden vormgegeven, zowel voor individuen als voor groepen.
Rituelen bestaan uit drie fasen. de eerste fase bestaat uit het loslaten van het oude. Daarmee wordt de band met het verleden bewust doorbroken en stelt men zich open voor de fase van transformatie, de tweede fase. De duur van de tweede fase hangt af van de begeleiding en de veiligheid waarmee het proces wordt omgeven. Grenzen en voorwaardenscheppend leiderschap zijn hier gewenst en een terughoudende opstelling van het management. Zodra het management te snel wil ingrijpen om het verlies aan controle te compenseren stopt het transformatieproces en glijdt het bedrijf terug naar de oude vorm. Het dieptepunt van totaal controle-verlies en onmacht moet eerst gepasseerd worden. Daarmee wordt de weg vrijgemaakt om opnieuw in vrijheid keuzes te maken, waarbij de volledige verantwoordelijkheid door de betreffende werknemers of managers kan worden genomen. Wordt dit proces niet tot de bodem geaccepteerd dan treedt verlamming op en sterft de ‘patient’ een langzame dood.
stap twee: verandering is
overgave
Een werkelijke transformatie is moeilijk en zeldzaam
in organisaties. Het hangt voor een groot deel van de bereidheid en
betrokkenheid van het leiderschap van de organisatie af. Zonder het totale
commitment van het leiderschap is een dergelijk transformatieproces niet aan te
raden, en kan beter getracht worden de organisatie zo snel of makkelijk
mogelijk te laten sterven door middel van sterfhuisconstrukties en
afvloeingsregelingen. Meestal treedt een mengvorm op van transformatie en
sterven. Hoe meer aan het oude wordt vastgehouden, hoe pijnlijker en trager het
sterfproces verloopt. Hoe opener, directer en vrijer het transformatieproces
tegemoet wordt getreden, hoe makkelijker en prettiger het voor de betrokkenen
verloopt.
De belangrijkste vijf regels voor transformatie zijn:
1. Don’t be atached to the outcome. Hoe meer je vasthoudt aan uitkomsten, hoe moeilijker
het is om werkelijke transformatie te laten plaatsvinden.
2. Be
willing to be surprised. Nieuwe
vormen kunnen om de hoek liggen, maar zich nog niet ge-openbaard hebben. Laat
je verassen.
3. Let people decide themselves: Who’s in is in,
who’s out is out. Leg de
verantwoordelijkheid voor hun baan terug bij de mensen, alsof ze zelf
ondernemer zijn van hun werk. (wat in feite ook zo is, alleen lijkt het alsof
het bedrijf die verantwoordelijkheid heeft overgenomen) Door ze zelf de
keuzevrijheid te geven, geef je ze ook de verantwoordelijkheid voor de
levensvatbaarheid van hun baan en daarmee van het bedrijf. Als ze die niet
kunnen waarmaken zullen ze zelf de keuze moeten kamen om te sterven of te
veranderen.
4. Whatever happens is the right thing to happen. Oordelen over wat ‘zou moeten gebeuren’ hinderen het
veranderingsporoces. Oordeel niet en laat het onbewuste proces van
transformatie zijn werk doen. Dit lijkt op chaos, maar is niets anders dan een
creatieve uiting van het leven om opnieuw balans en harmonie te creeëren.
5. Take care of the boundaries. Tijd, ruimte, geld, en arbeidsvoorwaarden zijn in
een dergelijk proces van levensbelang. Bij onduidelijke afspraken ontbreekt de
veiligheid om gezamenlijk een degelijk proces door te maken.
Mocht ik u hiermee de indruk hebben gegeven dat de pijn van de dood te verzachten is, of zelfs te voorkomen, dan moet ik u teleurstellen. De dood doet pijn en dat zal zich uiten in teleurstelling, ontkenning, verzet en weerstand, boosheid, en andere subtielere vormen van tegenwerking in een organisatie. De dood komt hoe dan ook; alleen de vorm waarin het nieuwe zich manifesteert hangt af van hoe zorgvuldig en grondig het stervensproces van de organisatie wordt doorgemaakt. Ook hier gelden de oosterse wetten van karma; Men sterft zoals men heeft geleefd, en men leeft zoals men is gestorven in het vorige leven. Het kan dus aanbevolen worden om het stervensproces van een organisatie niet te lichtzinnig op te vatten. Hoe beter het sterven verloopt, hoe vruchtbaarder het nieuwe leven is.
stap drie: leven is bezieling
Voor leven is bezieling nodig. Zonder de ziel blijft leven een dode vorm.
In de mythlogie wordt water als symbool van de ziel gezien.
Zo is in het verhaal van Parcival en de visserkoning het water van de graal
nodig om het land weer te herstellen en de koning te genezen. In
overdrachtelijke zin gaat het hier om het zielewater terug te brengen in een
land dat verdord en ontzield is. Blijkbaar is de ziel iets dat van wezenlijk
belang is om te functioneren. Iedereen kent het verschil tussen bezield zijn en je’doods’ voelen.
Er bestaat ook zoiets als de ziel van een
organisatie. Het is de inspiratiebron van waaruit we handelen, nieuwe ideeën
krijgen, projecten ontwikkelen, een koers uitzetten, maar ook van waaruit een
bepaalde cultuur of sfeer zich ontwikkelt binnen een organisatie. Vaak is de oprichter, baas of manager
in nauw contact met de ziel van een organisatie, maar het kunnen ook anderen
zijn die een essentieel deel van de ziel vertegenwoordigen. Zelfs mensen die
dwarsliggen of zogenaamd tegenwerken kunnen een belangrijk, maar genegeerd deel
van de ziel van de organisatie vormen.
Als het contact met de ziel onduidelijk of vaag is treden er allerlei vervormingen
op binnen het werk. Mensen worden een slaaf van hun werk. Een consultant
verzuchtte ooit tijdens een bijeenkomst: “Organisaties lijken wel de
gevangenissen van deze tijd. We verkopen onze ziel voor geld, offeren al onze tijd,
energie en vaak ook nog onze families op voor de eer van het bedrijf.”
Maar de tijd van slavenarbeid is voorbij. Steeds meer
wordt er geluisterd en stilgestaan bij de wensen en ideeën van de werknemers.
Er wordt rekening gehouden met hun eigen loopbaan en er wordt geinvesteerd in
hun ontwikkeling. Dat is een proces dat al decennia aan de gang is en nog veel
verder zal gaan. De hang naar persoonlijk vrijheid en ontwikkeling gaat samen
met de zoektocht naar bezieling en essentie. De ziel verlangt immers naar
vrijheid en openheid. In rigide systemen krijgt de ziel geen ruimte en
verdwijnt iedere inspiratie. Dat lijkt soms te werken op korte termijn, maar op
langere termijn neemt de ziel weer het voortouw. Water is sterker dan steen.
In de organisaties van vandaag worden voorzichtig de
deuren opengezet. Toch lijkt dit nog maar het tipje van de sluier. Wat gebeurt
er als we ons werkelijk laten leiden door de ziel?
Lange tijd hebben we het domein van de ziel in het
hokje van religie of therapie geplaatst. Vaag of soft, op zijn best immaterieel
en privé. Je kunt er in ieder geval geen brood mee op de plank krijgen. We
gingen vroeger op zondag naar de kerk en maandags weer aan het werk. We zijn
ver gegaan in de westerse wereld om de ziel en de materie te scheiden. En nog
steeds lijkt het erop dat we ons louter in workshops en seminars bezig houden
met ‘zingeving’ en terug op kantoor weer naar de ‘orde van de dag’ gaan.
Toch is er een direct verband tussen de geestelijke
wereld en de materieële wereld. Beiden zijn met elkaar verbonden als de twee
kanten van dezelfde munt. Praktijk en ziel zijn niet los van elkaar te zien.
Zodra we dat doen ontstaat er een discrepantie in onszelf, een kloof waarbinnen
ontevredenheid, twijfel, angst, ziekte en burned-out ontstaan. Bezieling is
niets iets hoogs en zweverigs, maar iets van alledag en heel praktisch en laag
bij de grond.
Zoals gezegd; bezieling laat zich niet dwingen. Het
is net als liefde; het is er of het is er niet. Maar je kunt daarentegen wel de
voorwaarden scheppen waarbinnen het waarschijnlijker wordt dat het ontstaat.
Het gaat daarbij niet om het geven van richtlijnen of gedragsregels, maar om
het creeëren van ruimte. Binnen de veiligheid van die ruimte kunnen mensen hun
eigen inspiratie en bezieling weer vinden en vandaaruit een positieve bijdrage
aan het werk leveren.
Door regelmatig contact met de ziel van het bedrijf
te leggen ontstaat er een helderder zicht op de strategie, de rollen van
afdelingen of personen, en de te volgen doelen. Als bij-effect genereert het
meestal meer werkplezier en betrokkenheid. Niet dat de zaken per-se makkelijker
worden, integendeel: vaak wordt het werk intenser, maar tegelijkertijd scherper
en produktiever.
Voor overheden lijkt zich een nieuw soort rol aan te dienen: niet meer sturend,
bepalend en regulerend, maar eerder inspirerend, coachend en
voorwaardenscheppend. Door inspirerende visies op macro-nivo kunnen lagere
echelons deze visie vanuit hun eigen betrokkenheid en eigen
verantwoordelijkheid verder invullen. De belangrijkste taak van de overheid is
te bezielen.
mogelijke werkvormen
1. Transformatiespel
Het Transformatiespel is een spel dat is ontwikkeld
in Findhorn en dat over de hele wereld wordt toegepast in bedrijfsprocessen.
Het spel is gebaseerd op het verwerven van inzicht in bepaalde situaties en
heeft de vorm van een soort ganzebordspel. Het toeval speelt een belangrijke
rol, maar zoals in de oosterse filosofie wordt gezegd: Er bestaat geen toeval.
Alles is met alles verbonden.
Het spel heeft een verrassende uitwerking op de
spelers en geeft zeer veel inzicht.
Dit spel zou kunnen worden aangepast aan de oosterse
‘bardo’s’ uit het tibetaans boedhisme; Momenten in het leven van een
organisatie waarop transformatie of ‘verlichting’ een grote potentiele mogelijkheid
is. De bardo’s zijn de velden waarop per team gespeeld wordt. Ieder team legt
zijn eigen weg af en verwerft inzicht in de identiteit en vraagstelling van het
team en van de individuen in dat team.
De negen bardo’s zijn:
- Bardo van crisis
- bardo van meditatie
- bardo van depressie
- bardo van contact
- bardo van inzicht
- bardo van dood
- bardo van plezier
- bardo van verrassing
- bardo van verandering
2. Open Space Conferencing.
Een van de manieren die ik leerde kennen om de spirit
terug in een bedrijf te brengen is ‘Open Space Conferencing’. Ik heb er vele
jaren mee gewerkt in grote en kleine organisaties en het resultaat heeft me
altijd verrrast. Door zogenaamd niets te doen - alleen ruimte te creeëren -
ontstaat er vanalles. Het lijkt verbluffend simpel en dat is het eigenlijk ook.
Het geheim van Open Space zit ‘m in het geven van de
verantwoordelijkheid aan de mensen zelf: Zij bepalen het programma van de
bijeenkomst en daarmee wat ze belangrijke vinden en wat niet. Er is geen
trainer of consultant die het ‘ze wel eventjes zal vertellen’. Zowel de
begeleider als het management zijn tijdens de OSC louter voorwaardenscheppend.
Maar juist door de controle los te laten en de ruimte aan de werknemers te
geven ontstaat datgene wat het management wil. Alleen vaak niet volgens de weg
die men gedacht had. Het resultaat is dat er weer zin ontstaat; zin in de vorm
van zingeving alswel zin in de vorm van passie en plezier. Mensen heffen
conflicten op of gaan ze juist aan, er ontstaat gedeelde verantwoordelijkheid
en de vrijheid om eigen initiatief te nemen, tegengestelde belangen worden
opgehelderd en mensen kunnen zich weer verbinden met hun eigen bezieling als de
bezieling van hun werk.
Als begeleider vergt het een geheel andere houding
dan in gewone trainingen: in plaats van oefeningen, theorieën of interessante
sprekers laat je het de mensen zelf organiseren. Oftewel: het vergt een grote
mate van loslaten en niets doen, voor consultants en managers vaak de
moeilijkste optie. Niets doen betekent echter niet passief zijn. Juist een
aktieve en betrokken houding stimuleert het proces tijdens een open space
conferentie.
3. Organisatie Transformatie
Bovengenoemde werkvormen zijn geschikt voor een of meerdaagse
conferenties. Voor een volledig transformatieproces van een organisatie is een
periode van twee tot drie jaar gemoeid, waarvoor een geheel stappenplan wordt
gemaakt. Daarin zijn een aantal faktoren van belang:
1. bereidheid en commitment van het management
2. afvloeingsregelingen en outplacementtrajecten op
vrijwillige basis
3. start-ceremonie
4. creatie van zelfsturende teams
5. een visie-conferentie: verleden -heden - toekomst
6. management-conferentie over leiderschap. van
sturend naar
voorwaardenscheppend leiderschap
7. struktuur conferentie: van organisatie naar
organisme
8. internet-conferentie waarin de bedrijfsvoering
wordt afgestemd op het internet.
9. een werkgroep van topmanagement, werknemers en
facilitators die nauwgezet het proces volgen en verslag uitbrengen
10. eindceremonie
Rijks-water-staat vanuit symbolisch perspectief
Nederland wordt gekenmerkt door water. Het is niet voor niets dat Rijkswaterstaat een van de oudste organisaties is in Nederland. In de lange geschiedenis van ons land is de organisatie van water een van de belangrijkste aspecten. We hebben er land door gewonnen, we hebben ons beschermd tegen een overlast aan water of overstromingen, we hebben er handel over gedreven, we hebben de beste kennis op het gebied van dijkenbouw en baggerwerken, etc. etc. . Water is om ons heen, stroomt door ons land en bepaalt ons landschap, onze infrastruktuur, onze cultuur en onze ‘volksziel’. Nederland is een land van stromen en stromingen. Alles kan naast elkaar bestaan. Tolerantie en gelijkheid zijn uitingen van die volksaard.
Nederlanders zijn koopvaarders; reizigers over water
die spullen verhandelen. Deze mentaliteit zorgt ervoor dat we in het huidige
informatietijdperk nog steeds koopvaarders zijn: we verhandelen kennis en
informatie, liggen voorop in de toepassing van internetmogelijkheden, kunnen
goed met andere nationaliteiten overweg en brengen kennis daar waar het heen
moet.
Ook op het gebied van innovatieve ideeën, human
resources en spiritualiteit zijn Nederlands koopvaarders. In geen enkel land
wordt op het gebied van ‘zielewater’
zoveel ontwikkeld en toegepast op grote schaal. In die zin kan gesproken
worden van een nieuwe ‘rijks-water-staat’; een ‘staat van zijn’ waarin het
symbolische water stroomt.
Water wordt tevens geassocieerd met emoties en
gevoelens. Ook hierin vindt een verandering plaats in het westerse denken. Tot
nu toe gold het adagium; “Ik denk, dus ik ben. “ Gevoelens speelden geen rol en werden als
minderwaardig, zwak en ‘vrouwelijk’ afgedaan. Maar begrippen als ‘emotionele
intelligentie’ , vrouwelijk management’ en ‘intuitief leiderschap’ geven een
kentering aan. In het bedrijfsleven is deze trend al in volle gang, in de
politiek en in ambtelijke organisaties lijkt deze ontwikkeling nog op zich te
laten wachten.
Nadat we eeuwenlang water (en emoties) hebben ingedamd,
lijkt er een tijd te zijn aangebroken waarin we het water (van de ziel) weer de
ruimte geven. Een symbolische daad die dit weerspiegelt zijn de dijkdoorbraken
die het water meer ruimte moeten geven en waardoor natuurgebieden zich weer
kunnen ontwikkelen.
Van een land dat water controleert en zijn identiteit
ontleent aan de strijd tegen het water, zijn we een land geworden dat water als
belangrijkste bron van inzicht en rijkdom heeft. In plaats van strijd tégen
ontstaat er samenwerking mét water. Nederland kan door haar eeuwenlange
ervaring met water koploper worden op het gebied van water en stromen:
verkeersstromen, informatiestromen, vreemdelingenstromen, geldstromen,
energiestromen, politieke stromen etc., Wellicht moet rijkswaterstaat in de toekomst
heten: Rijks-water-stromen??
Conclusies
- Oosterse begrippen over reincarnatie kunnen ter inspiratie dienen voor stervensprocessen, maar zonder een vertaling naar de eigen, westerse situatie bestaat het gevaar van een exotisch uitstapje zonder werkelijk inzicht in de materie.
- Sterven roept weerstand op, die zich uit in de vorm van tegenwerking, sabotage, vertraging, bagatellisering, ontkenning, woede, onmacht of vluchtgedrag.
- Verandering vereist de bereidheid om te sterven en oude vormen van controle en beheersing los te laten.
- Een transformatie- of stervensproces doet pijn.
- Begeleiding van een stervensproces van een organisatie vraagt het absolute commitment en de bereidheid van het management.
- Een nieuwe organisatie vraagt om bezieling: een
hernieuwde band tussen dagelijks werk en de persoonlijke inspiratie en
verantwoordelijkheid van werknemers.
- Mogelijke werkvormen voor een conferentie over ‘sterven en leven van organisaties’ zijn : Transformatiespel of Open Space Conferencing.
- De transformatie van een grote organisatie duurt
minimaal twee tot drie jaar, waarin volgens een stappenplan het proces van
doodgaan mogelijk wordt veranderd in een proces van transformatie.
- Water is de belangrijkste bron van kennis van Nederland, in materieel en spiritueel opzicht. We zijn de experts op het gebied van alles wat stroomt: geld, water, informatie, kennis, emoties, verkeer, etc.
- De belangrijkste taak van de overheid is te
bezielen.
Reacties