Deel 2: Reims zomer 2003
Ik haalde mijn dochter van school. Iedereen was opgelaten; het was de laatste dag voor de vakantie. Mijn dochter en ik zouden de volgende morgen naar Zuid Frankrijk vertrekken. Ik was twee jaar daarvoor gescheiden en de vakanties waren belangrijke momenten voor ons om samen te zijn. Ik had bedacht dat we van de tocht naar het zuiden een avontuurlijke reis gingen maken die in het teken stond van de ‘godin’; Ik wilde mijn dochter iets meegeven van het vrouwelijke aspect van God. Zo begon onze tocht die middag in de ‘Onze Lieve Vrouwe kapel’ die vlak achter haar school ligt. De kapel is gebouwd in oorspronkelijke romaanse stijl; een stijl die ik inmiddels zo goed had leren kennen; de ronde bogen, de eenvoud en heilige afmetingen van het schip, het ronde koor. Deze moderne kapel viel echter door iets anders op: er was een labyrinth in de marmeren vloer uitgehakt, en dat midden in Amsterdam.... “Pap, we moeten het labyrinth lopen”, zei mijn dochter, en ze begon haar schoenen uit te trekken. Op haar blote voeten wandelde ze over de marmeren vloer de rondjes van het labyrinth. Toen ze in het midden stond deed ze haar ogen dicht. Nadat ze weer teruggewandeld was verklaarde ze haar aktie: In het midden mag je een wens doen. Ooh, zei ik. ‘Wat wenste je?” “Dat mag je niet zeggen, anders komt-ie niet uit. Nu jij. Ik trok mijn schoenen uit en wandelde stap voor stap naar het middelpunt van het labyrinth. Ik bad voor een goede reis en zag mijn dochter bij het altaar staan en dacht aan het moment dat ik in Vezelay de kelk naar het altaar had gebracht. Een nieuwe generatie groeit op, niet meer met de oude zondige gedachten over sexualiteit, over vrouwen en over die strenge man in de hemel met zijn grijze baard. God leek langzaamaan een menselijker gestalte te krijgen. Onze eerste stop de volgende ochtend was Maastricht, waar we zouden ontbijten en de Onze Lieve vrouwe kapel bezoeken. Mijn dochter vond één kapel eigenlijk wel voldoende, waardoor we uiteindelijk in plaats van in de kapel in de Mac Donalds belandden om te ontbijten. Ach, wat is het hemelse zonder het aardse... In de middag stond een ander spannend evenement op het programma; de grotten van Han. Ik herinnerde dat ik als klein kind met mijn ouders de grotten in was gegaan en hoe het me betoverd had. Dit keer was het de beurt van mijn dochter om betoverd te worden. Ze genoot van het avontuur- het treintje de bergen in, de sprookjesachtige gangen met de stalagtieten en stalagmieten, en de reusachtige ondergrondse grotten die met gekleurd licht werden beschenen en de boot die ons via de ondergrondse rivier weer naar buiten voer. Toen we daar aankwamen was het mijn beurt om verrast te zijn: op de brug over de rivier stond een nisje met een wonderlijk beeldje erin: Maria Magdalena, echter niet als gevallen vrouw, maar als koningin met een zwaard in de ene hand en een graal in de andere. Aan haar voet de toren van Bethanie, de plek waar Maria Magdalena vandaan kwam. Ik was op slag wakker en moest weer terugdenken aan mijn verhaal over ‘het boek der liefde’. Opnieuw leek ze mijn pad te kruisen. Dat werd nog sterker toen we de dag daarna afsloegen om de kathdraal van Reims te bezoeken. Voordat ik Reims inreed wilde ik even uitrusten van de lange tocht over de snelweg en ik sloeg een zijweggetje in. “Industrie d’ Bethanie” stond er op een bordje. Het signaal was duidelijk. Ik was moest mijn ogen openhouden. Het was niet moeilijk om de boodschap te begrijpen: toen ik voor de kathedraal stond met zijn reusachtige voorgevel - de grootste van Frankrijk- viel me één ding direct op: In het midden van de gevel stonden naast het roosvenster twee beelden: links het beeld van Jezus, rechts het beeld van Maria Magdalena. De rij beelden onder hen vertegenwoordigden de voorouders van Jezus, Joseph en Maria. Het roosvenster mondde aan de bovenkant uit in een tak waaruit het doopvont van koning Clovis tevoorschijn kwam. De Merovingische koning Clovis was de eerste die zich tot het christendom had bekeerd en naast hem stonden de +/- vijftig andere koningen van Frankrijk. Wat werd hier verteld? Welk verhaal stond hier in steen afgebeeld op de kroningskathedraal van Frankrijk, waar ooit Jeanne d’ Arc nog een franse koning had gekroond? Langzaam werd het me helder: Maria Magdalena was niet alleen verketterd omdat ze een vrouw was, en predikte, maar ook omdat ze ‘de partner van Jezus was’ zoals in het evangelie van Philippus stond. Er waren zelfs schrijvers die beweerden dat Jezus en Maria Magdalena kinderen hadden gehad, maar dat leek me toch al te fantastisch. Maar hier in steen stond dat de koningen in de middeleeuwen hetzelfde verhaal geloofden: dat ze afstamden van het koningsgeslacht van David, dat via Jezus en Maria Magdalena door was gegaan in de koningslijn van de europese vorstenhuizen. De voorgevel van de kathedraal met zijn vele beelden symboliseerde niets anders dan.... een stamboom! Ik kon er niet omheen dat dit het hele beeld van het christelijke geloof op zijn kop zette. Jezus had een partner, had sex gehad met Maria Magdalena en twee kinderen. Zij was tevens degene die hem zalfde tot zijn koningsschap met de kostbare nardusolie. Hier zou de paus niet blij mee zijn.... Onze reis verliep verder langs de basiliek van Vezelay, de zwarte madonna van Rocamadour naar het huis van Jan in de Pyreneeën. We hadden een heerlijke week, waarin mijn dochter een vriendinnetje ontmoette waar ze de hele week mee kon spelen. Wat een opluchting..., want als vader kun je je best doen, maar een hele week spelen trek je niet. Toen ik haar uiteindelijk terugbracht deden we de laatste plek aan op onze godinnenreis: Saintes Maries de la Mer. Hier was volgens de legende Maria Magdalena aan land gekomen, nadat ze uit Israel was weggevlucht, tesamen met Joseph van Arimethea, en twee andere Maria’s. Er bleek echter nog een opvarende in het bootje te zitten; een jong meisje, donker van huidskleur, met de naam Sarah... Ik moest aan de teksten uit het hooglied denken: ‘Donker van kleur ben ik’, zo zegt de vrouw die naar haar verloren geliefde zoekt. Deze tekst wordt in de katholieke kerk traditioneel voorgelezen op...22 juli, de naamsdag van Maria Magdalena. ‘Zou het kunnen, vroeg ik me af, dat dit meisje de dochter is van Maria Magdalena; dat de graal niet een beker was, de San Graal, maar het Sang Reaal, het koninklijke bloed? Ik had er in verschillende boeken over gelezen, maar het nooit echt geloofd. totdat ik voor het beeldje stond van de kleine Sarah, die door vele kleurige lappen was omhangen door de zigeuners, die haar tot hun beschermvrouwe hadden gemaakt. ‘Donker van kleur ben ik...’ Nu werd ze ieder jaar door duizenden zigeuners de zee in gedragen om daar als een Venus van Milo weer uit de golven te herrijzen. Het oeroude ritueel van de godin die uit zee komt wordt nog steeds ieder jaar gevierd. De lijn wordt doorgezet. De godin is nog niet vergeten... “Pap, ik wil zwemmen’, zie mijn dochter plotseling. ‘Onze reis is klaar.‘ ‘Ja,’ beaamde ik. ‘Het was echt een avontuur, he?’ zei ze met pretlichtjes in haar ogen. ’Weet je, dat is wat ik gewenst had toen we in het labyrinth stonden voordat we vertrokken.’ Mijn mond viel open. Wie begeleidde hier wie eigenlijk? vroeg ik me af toen we naar het strand liepen. We doken de zee in en genoten van de laatste ogenblikken samen.