Het
Oedipa-complex
je moeder vermoorden en met je
vader trouwen
door Ton van der Kroon
(Dit artikel verscheen eerder in Happinez)
Sterke vrouwen, ambitieuze vrouwen, zelfstandige vrouwen, mooie vrouwen; macha’s met grrrrl-power; ze veroveren de wereld. Ze verslinden iedere man. Ze nemen elke hindernis. Ze hebben two-night stands, diverse lovers of seriële monogamie, ze flirten op het werk, in de tram en in de disco. Ze hebben het gemaakt of zijn bezig het te maken.
Boos wordt ik ervan. en
jaloers, en verward. Waar moet dit heen? Moet ik dit als man allemaal leuk
vinden? Je wordt verliefd op een vrouw, en als je je hart helemaal hebt gegeven
gaat ze er al weer vandoor met een ander. Dat lijkt tegenwoordig de standaard
te zijn. Moet ik me er maar gewoon aan overgeven of juist de dames eens streng
toespreken; “en nu is het afgelopen”. Maar zo simpel ligt het niet. Je hebt de
liefde niet in de hand. Ik niet en zij ook niet. De ‘macha’s’ van nu zijn een
produkt van onze tijd, onze manier van leven, en van ons als mannen. We zitten
beiden in hetzelfde schuitje. En dat is absoluut niet meer het stevige
huwelijksbootje van onze ouders...
Daarbij komt; wat zijn ze hip
en leuk, die zelfbewuste vrouwen. Alleen die bindingsangst, kan dat wat minder?
Ik ging op zoek om het
verschijnsel in ieder geval een beetje te verklaren en stuitte op de
geschiedenis van Oedipus, die zijn vader vermoordde en met zijn moeder trouwde.
Maar zoals dat past in deze tijd, hebben we dit keer de rollen omgekeerd.
Oedipus heet nu dus Oedipa, die haar moeder heeft vermoord en met haar vader is
getrouwd.....
Een sprookje in een modern
jasje.
het onvervulde verlangen
Wie om zich heen kijkt zal ze steeds vaker zien: jonge, ambitieuze, leuke vrouwen bij wie het in de liefde maar niet lijkt te willen lukken. Ze hadden geleerd kritisch te zijn, zelfstandig en onafhankelijk. Ze hebben geen man meer nodig voor het geld, voor de kinderen en zelfs niet voor de sex. Alles is overal te krijgen. Hun boegbeeld lijkt Lara Croft, sexy, verleidelijk, bereid de wereld te redden, en tot de tanden bewapent. Maar één ding lijk er mis te gaan; Ze zijn niet gelukkig in de liefde....
“Ik ben blijkbaar niet gemaakt voor geluk in de liefde”, verzuchtte Katja Schuurman in een interview onlangs.
In de jaren negentig begon het met de Opzij-verlanglijstjes. Het startte als een grap en lijkt te eindigen als een noodkreet. “We willen een man die ... en dan volgde er een opsomming van tien punten waaraan de ideale man moest voldoen. ’Hoogopgeleide vrouwen kunnen geen man vinden’ heette het later. Het waren de eerste verontrustende berichten van het vrouwenfront.
‘Ik ben nu eenmaal een sterke persoonlijkheid’, verontschuldigen sommige vrouwen zich met een zekere trots. “Er zijn geen mannen van mijn niveau.” Als mannen horen we het wat meewarig aan; over welk nivo hebben ze het nou toch? Financieel niveau, intellectueel niveau, relationeel niveau, spiritueel niveau, of seksueel niveau of allemaal?...We kunnen er geen chocola meer van maken, maar een ding weten we zeker: De feministische meetlat ligt hoog. Geen man is perfect. Dan maar geen, zeiden de bewust ongehuwde moeders. Mannen zijn klootzakken, zeiden de feministen van het eerste uur. Kan ik hem nog ruilen?” zei Yvonne Kronenberg. Woede had plaats gemaakt voor ironie. ‘Mannen zijn sukkels’, leken de sterspots enige jaren later te zeggen. Ironie werd verruild voor medelijden. We waren gelukkig toch wel lief, maar nog “zulke baby’s”.
De moderne bewuste vrouw lijkt een pragmatische oplossing gevonden te hebben: Jim voor in bed, Johan om mee te swingen, Jan voor in de keuken, Joe voor in de bios, Juul om mee te praten en Jamai om naar te luisteren. Het is van alles wat. Vroeger aten wij van twee walletjes, tegenwoordig lijken de dames als revanche een hele rosse buurt tot hun privécollectie te rekenen. De man als barbiepop, de man als butler, de man als therapeut, de man als pseudo-papa, de man als gigolo, de man als substituut- dildo.
Maar hoewel ik ze benijd en bewonder, heb ik het bange gevoel dat er achter de hipheid van de macha een groot drama schuil gaat. De sterke vrouw van nu is een Oedipa. Ze heeft haar moeder vermoord en is met haar vader getrouwd. Ze heeft haar vrouwelijkheid, inschikkelijkheid en zachtheid de deur uit gedaan en zich geschikt naar de wensen van het patriarchaat; sterk zijn, competitief, ambitieus, onafhankelijk, en op geld en prestatiegericht. Zonder het te weten is macha met haar vader getrouwd, de vader waar ze heimelijk naar verlangde maar die er nooit was. Want ze is, net als wij, opgegroeid met een generatie vaders die afwezig waren. Vaders gingen naar de oorlog, gingen op reis, zaten op kantoor, kwamen laat thuis en deden bijzondere dingen. Maar vaders waren vooral afwezig - fysiek afwezig en emotioneel afwezig. Als ze er al waren wisten ze niet hoe ze contact moesten maken met hun dochters.
Het verholen verlangen naar die onbereikbare vader heeft desastreuze gevolgen gehad. Op de een op andere manier heb ik het idee dat mannen de rekening geprsenteerd krijgen voor die afwezige vaders. We zijn te soft, te macho, te seksistisch, te afwezig, te kritisch, te eigengereid, te slaafs...Kortom; we halen het never-nooit-niet bij het ideaalbeeld van papa. Geen enkele man kan de vergelijking met zijn schoonvader doorstaan. Dat leggen we altijd af. Lara Croft heeft de meest eenvoudige oplossing: aan het eind van haar tweede film schiet ze in koele bloede haar lover neer. Slik....
Maar toch staan de glossy damesbladen vol met de zoektocht naar de held, de echte man, de man die alles kan. ‘Hier zijn we”, roepen we stil in gedachten, maar geen man die het meer hardop durft te zeggen.
Oedipus
De oude Grieken hadden er een verhaal voor bedacht: de mythe van Oedipus. Oedipus werd geboren onder een ongelukkig gesternte: het orakel van Delphi had aangekondigd dat de pasgeborene zijn vader zou vermoorden en zijn moeder zou trouwen. “We leggen hem in de natuur, dachten de ongeruste ouders in de hoop dat-ie daar door de wolven werd verslonden. Maar de herder die de taak moest uitvoeren nam Oedipus mee en zorgde ervoor dat-ie ergens anders opgroeide. Toen Oedipus ooit op reis was versperde een oude man hem de weg. Het kwam tot een schermutseling en Oedipus doodde de man. Na enige tijd kwam hij in een land waar iedereen in diepe rouw was. De koning was dood. Hij werd verliefd op de rouwende koningin, trouwde haar, en wierp zich op als redder van het land. Hij beloofde plechtig de moordenaar te zullen vinden. Toen de dader na jaren nog niet gevonden was en het steeds slechter ging met het land deed de blinde ziener Tiresias de ware toedracht uit de doeken: Oedipus had zijn eigen vader vermoord en zijn moeder getrouwd. Uit afschuw van zijn daad stak Oedipus zichzelf de ogen uit en dwaalde tot het eind van zijn leven langs de wegen.
Vele eeuwen later ontdekte psychologen in het verhaal het oedipuscomplex: iedere man wil met zijn moeder naar bed en zijn aartsrivaal - zijn vader - uit de weg ruimen. Ze verklaarden ermee het macho-gedrag van vele mannen: We doen er alles aan om onze moeder te pleasen. Kijk, eens, mam, wat een mooie auto ik heb. Kijk eens, mam, hoe stoer ik eruitzie, als een echte man? Kijk eens hoeveel geld ik verdien (meer dan papa!) en kijk eens hoeveel meiden ik versier?
“Goed zo, jongen, Jij bent mama’s grote schat.” leek ze te antwoorden. De softe man leek een reactie op de macho, maar in wezen niet veel anders: Kijk eens, mammie, hoe lief ik ben? Hoe goed ik kan praten? hoe veel ik kan voelen? hoe onmannelijk ik ben? Hoe schattig en jongensachtig ik eruit zie?” Het was het antwoord van de hippie- en nix jongeren op twee generaties geëmancipeerde moeders.
Het verhaal van Oedipa spiegelt het verhaal van haar broertje Oedipus. Oedipa heeft haar moeder vermoord en wil liefst met haar vader trouwen. Die moedermoord begon met de komst van het feminisme.
Het oude patriarchale bolwerk waarin wij mannen de macht hadden -het geld, de baan en de status - en de vrouw zich diende te houden aan de drie K’s - kinderen, keuken en kerk - was hopeloos verouderd en pijnlijk ongelijk. De vrouw moest de broek aan trekken om ons te vertellen dat het zo niet langer kon. De geëmancipeerde vrouw veegde de vloer aan met de oude rolpatronen. De strijd tussen de seksen laaide in volle hevigheid. ‘We komen eraan’, klonk het klaroen van de bevrijde vrouw met heldere stoot, terwijl wij met stille trom de terugtocht aan het blazen waren om ons te bezinnen op ons man-zijn, ons vader-zijn of onze midlife-crisis. We hadden niet langer de macht en de vrouw was niet langer slaaf, geen slaaf van haar familie, geen slaaf van haar kinderen en geen slaaf in bed.
De generatie moeders van voor het feminisme had afgedaan. Welke vrouw wilde er nu zo worden als haar moeder? Koken, gezellig doen, kinderen krijgen en voor anderen klaarstaan...Het moederschap stond jarenlang in de peilingen op min. Het draaide om carrière, werk en de eigen ontwikkeling. Langzaamaan zagen we vrouw hogerop klimmen. Ze volgden cursussen, ze zochten ondersteuning bij andere vrouwen in vrouwengroepen, leerden autorijden en lazen massa’s boeken over de bevrijding van de vrouw. (Vooral van de man..) Kinderen krijgen was nog wel leuk, maar ze opvoeden, nee, dat was minder. en trouwens, dat deden mannen ook niet. Daar was ook geen tijd voor.
Het adagium van groter, sneller, beter gold nu ook voor vrouwen: slanker, strakker, rijker, meer, meer, meer,.. Tevreden zijn met wat je had was hopeloos ouderwets. Wie wil er nu tevreden in bed liggen; het moest spetteren! De vrouw was man geworden. Eindelijk had ze de wereld van haar vader gevonden. Ze kleedde zich als een man, nam het initiatief als een man, ging vreemd als een man. Maar dat was toch ónze rol; ze zouden toch niet verwachten dat wij nu de luiers, de afwas en de...precies; dat was exact wat er van ons verwacht werd.
De vrouw gedroeg zich niet alleen als een man, maar verloochende zichzelf ook als een man. In het heetst van de strijd verloren de moderne Jeanne d’ Arcs namelijk hun eigen onschuld en vrouwelijkheid. Het harnas klemde hun net zo strak om de borst als de man, die al eeuwen lang gewend was zich in de strijd te begeven van werk, overleving en geld verdienen. De ruimte voor het hart, waar tot dan toe de vrouw voor zorgde, verdween achter een laag glimmend metaal. Met het badwater van de verouderde rol van moeder de vrouw was het kind van de liefde mee weggespoeld. Het feminisme had vrijheid gebracht, maar geen liefde.
Vrijheid om te kiezen, vrijheid om te veranderen, vrijheid om te weigeren, vrijheid om te doen waar je zin in hebt. In haar kritiek op ons dacht de vrouw zich te kunnen bevrijden van alles wat onderdrukkend was. En we moeten schoorvoetend toegeven: de roep om verandering was hard nodig. het ging helemaal de verkeerde kant op. De vrijheid die vrouwen veroverd hebben is goud waard, maar soms vraag ik me af: waar is nu de liefde gebleven?
Wat nu?
Daar zitten we nu; verloren zonen en bijdehante dochters. Is dit nu wat we willen? Zijn we nu gelukkig? Wie het weet mag het zeggen. We zijn meer ‘onszelf’ geworden, maar ik weet niet of ik wel gelukkig ben met mezelf. en erger nog: Ik weet eigenlijk niet meer wie ik ben. Het leven is vol met keuzes en daardoor lijkt het alsof we alles zelf in de hand hebben, ons leven zelf kunnen maken en bepalen. We zijn immers ‘vrij’?!? Maar de paradoxen en raadsels van het hart lijken groter dan ooit.
Lisette Thooft, auteur van het
boek De Kikkerkus, (uitgeverij Balans 2003) spreekt in een interview over de
misverstanden in seks, liefde en emancipatie: “We zuchten niet meer onder
het juk van religie of politiek. De naoorlogse generatie heeft zich
vrijgevochten van talloze beperkende fatsoensnormen. Maar dat is nog alleen
maar de bevrijding van. Vrijheid verwerven om te kunnen kiezen vraagt veel meer
tijd. Het meest fundamentele misverstand (...) is de illusie dat je vrijheid
kunt creëren door de liefde op te geven. Dat is het spiegelbeeld van de illusie
van het klassieke huwelijk: dat je liefde creëert door de vrijheid op te geven.
(...)
Ook op het gebied van de seks gaan er stemmen op voor verandering: ‘Over echte liefde praten we niet meer. Het gaat om kicks, om lekker, om spelletjes.Seks wordt een zinloze gymnastiek, die een vreemde onvervuldheid achterlaat en een hol soort emotionele honger. Als dat relateren niet vervult, als er geen emotionele bevrediging plaatsvindt, wordt een carrière al snel de meest vitale behoefte voor de moderne jonge vrouw. Zo kan ze onafhankelijk worden, denkt ze, en het verwerven van materiële welvaart wordt haar Punt Nummer Eén.’, schrijft Lisette in haar boek.
He, gelukkig, eindelijk een medestander. Blijkbaar hoef ik niet aleen als man mijn ogen uit te steken en blind langs de weg te schuifelen, maar heeft Oedipa ook een hoop onder ogen te zien. Dat lucht op. Wellicht wandelen we straks nog samen blind langs dezelfde weg....
Nieuwe vrouwelijkheid
Sommige vrouwen lijken weer op zoek gaan naar hun verloren vrouwelijkheid. “Ik wil weer vrouw zijn, geliefde zijn, moeder zijn, maar niet meer op de oude manier.” zeggen ze. Een diep gemis en verlangen komt naar boven wellen uit de diepte van de ziel: een verlangen naar verbinding, liefde en geborgenheid. Ze zoeken naar een diepe vrouwelijkheid die sensualiteit, compassie en wijsheid verenigt. De liefde die ze zoeken is niet slaafs dienstbaar of afhankelijk van de man, noch de liefde voor de vader die zich uit in stoer macha-gedrag en zogenaamde onafhankelijkheid, maar de liefde die ontvankelijk, sensueel, aards en wijs is en die bereid is te dragen. In het boek ‘The Maiden Tsar, the reunion between the masculine and the feminine’, schrijft Robert Bly: ‘In dromen van vrouwen van onze tijd, verschijnt in toenemende mate het beeld van een sensuele, seksuele, aardse Zwarte Madonna. Dit is geen geïdealiseerde, kuise, afstandelijke Madonna, hoog op een voetstuk. Dit is een Madonna die houdt van haar eigen lichaam, van haar uitdagende gedrag, van haar gepassioneerde aanwezigheid onder de mensen.’
In deze hernieuwde ontdekking van vrouw-zijn ontstaat tegelijkertijd een heel ander beeld van sexualiteit. Niet meer onderdanig, ook geen machtsspel om als gelijke van de man te zijn, maar een zoektocht naar een ‘spirituele’ sexualiteit. Liefde als kunstvorm en weg tot overgave. Sommige vrouwen zoeken hun wortels in oosterse tantrische tradities, waar het beeld van de godin bewaard is gebleven; erotische, uitbundige en waardige beelden van vrouwelijkheid, zoals de Indiase godin Laksmi, de godin van overvloed en vruchtbaarheid. Of de Egyptische godin Hathor, godin van de liefde die met haar rituelen mannen en vrouwen seksueel en spiritueel inwijdde.
Kijk, daar kunnen we iets mee, al was het alleen maar omdat die Laksmi en Hathor ook wel houden van hun eega: In dat plaatje zijn wij geen boeman meer, noch vader, noch jongetje, maar een gelijkwaardige partner, met onze eigen kwetsuren en kwaliteiten. Niet gelijk, wel gelijkwaardig. De strijd wordt een spel. Maar ehh, zijn wij al wel zo ver dat we dat aankunnen?
Waar is de man?
Verschillende mannen hebben intussen hun eigen weg naar beneden afgelegd. Na de verwarring over de aardschok in de vertrouwde man-vrouw patronen hebben we ons, na enig achterhoedegevecht, met stille trom teruggetrokken uit het strijdperk van relaties. Verbijsterd gingen we in therapie om te kijken of er wellicht iets mankeerde aan onszelf, of trokken we ons terug op ons eiland. “Vrouwen, ik begrijp er niets meer van”, verzuchtte menig man. “Moet ik er nou wel of niet bovenop springen in bed?” En als ik de deur openhoud, krijg ik dan een glimlach of juist een vinnige opmerking dat ze dat zelf ook wel kan...Vrouwen uit andere landen verbaasden zich over het gedrag van de Nederlandse man; ‘niemand flirt hier; niemand kijkt je aan op straat. Ik begin me hier on-vrouwelijk te voelen.’
Sommige mannen functioneerden zelfs in bed niet meer en gaven er de brui aan. ‘Dan maar niet. Dat gedoe.’ Ze zochten steun bij vrienden, bij mannengroepen, in het werk, de drank of de viagra. De ‘film Cloaca’ van Maria Goos gaf prachtig aan hoe vier mannen het broze masker niet meer op konden houden en wegzakten in hun eigen illusies. Iedere vlucht in harder werken, zich meer isoleren en onzichtbaar worden was een schijnpoging om de werkelijke pijn onder ogen te zien: We waren onze wortels kwijt, afgesneden van onszelf en verdwaald in het woud van beurskoersen, bonusinkomsten en belastingaanslagen. Terwijl de vrouw in aanzien klom zakten wij in de peiling naar beneden; wij waren de boosdoeners, de klootzakken, de mislukkelingen, de macho’s, de helden die streden voor de verkeerde zaak. We staken als Oedipus onze ogen uit en dwaalden verblind langs de wegen, onmachtig om nog te handelen. Vele mannen moesten de weg naar binnen en naar beneden afleggen. Sommigen kwamen nooit meer terug en legden zich verslagen neer bij hun tekortkomingen en verloren positie. “Geef mij maar de schuld” leken hun ogen te zeggen. Anderen probeerden het oude manbeeld nog eens op te poetsen of wanhopig een beeld van kracht en leiderschap omhoog te houden.
Na het afleggen van het oude manbeeld, wat gepaard ging met crisis, pijn, onmacht en sociaal gezichtsverlies zochten we ons heil in pseudo-vrouwelijkheid. We gingen in therapie of volgden een cursus transcedente meditatie, lieten ons haar groeien of deden het in een knotje, leerden te huilen en de pijn te voelen van ons verlies; het verlies en gemis van onze vader, het verlies van onze waarde, het verlies van ons inkomen, onze vrouw, onze kinderen en onze auto. Maar in deze fase van rouw en transformatie ontdekten we langzaamaan het verlangen naar een nieuw beeld van mannelijkheid; een gezonde mannelijkheid, een die niet onderdrukkend, autoritair of gewelddadig is, maar een mannelijkheid die stevig, geaard en creatief is en die in verbinding staat met het hart. Niet meer de Vader God in de hemel, maar eerder een wijze sjamaan, of een lieve wildeman. Zo een waar Laksmi wel trek in heeft.
Als Oedipa heeft gerouwd om wat ze - onwetend - heeft aangericht, en de man weer terugkeert van zijn zelfgekozen isolement, kunnen we wellicht samen de strijdbijl begraven en de vruchten in het paradijs gaan zoeken. Want ik ben het beu, dat gemodder in relaties. Zullen we weer gewoon van elkaar gaan houden? Misschien moeten we dit keer eens niet van de boom van goed en kwaad eten, maar van die andere boom in de Hof van Eden: de levensboom. Die heeft maar één gebod: Gij zult genieten.
__________________________________
Ton van der Kroon is auteur van De Terugkeer van de koning; het boek voor mannen over liefde, lust een leiderschap’ (Ankh Hermes, 1997) en ‘de Mystieke Roos, relaties en sexualiteit als een weg naar God.’ (Ankh Hermes, 2003)
__________
Reacties