een zoektocht naar mannelijke identiteit
Ton van der Kroon
"Uit
onderzoek blijkt dat het aantal zelfmoorden onder mannen in de leeftijd van 15
tot en met 24 jaar de afgelopen twintig jaar meer dan verdubbeld is. (...) Hij
(de onderzoeker) weet niet hoe het komt dat juist mannen onder de 25 relatief
vaak zelfmoord plegen."
Hiermee eindigde onlangs een artikel op de voorpagina van
het Parool. Beide zinnen verbaasden me. Enerzijds het feit dat steeds meer
jonge mannen een eind aan hun leven maken, anderzijds het gegeven dat de
onderzoeker dat niet begrijpt. Het deed me denken aan een boek, getiteld
'Afwezige vaders, verloren zonen'. De zoon worstelt met vragen rondom leven en
dood, zin en onzin en de vader kan maar niet begrijpen wat er toch met zijn
zoon aan de hand is. Hoe is het mogelijk dat de ene generatie zich massaal voor
de trein gooit en de andere dat nauwelijks in de gaten lijkt te hebben? Wat is
er aan de hand met onze zonen? En ...Waar zijn de vaders?
De afwezige vader
Wat opvalt in deze tijd is dat vaders veelal afwezig zijn in het leven van hun zonen. Sinds de industriële revolutie zijn vaders buitenshuis gaan werken, buiten het gezichtsveld van de zoon. Ze werken in een fabriek of zitten op kantoor, komen 's avonds laat thuis en laten de opvoeding van hun zonen meestal aan de moeder over. In de meeste gevallen is het probleem van de vader echter niet dat hij fysiek afwezig is, maar emotioneel afwezig. Vooral de generatie vaders die de oorlog heeft meegemaakt, hetzij de tweede wereldoorlog hetzij de oorlog in Indonesië, heeft te kampen met een gewond gevoelsleven. Ze zijn emotioneel blijven steken in de oorlog. Ze zijn zwijgzaam geworden en weten niet hoe ze gewoon contact kunnen maken. Ze hebben zich vaak teruggetrokken uit de emoties van het gezinsleven en hun toevlucht gezocht in het werk, de krant, de sport of de kroeg. In hun werk zijn ze iemand en gaat het om wat ze doen, niet om wat ze voelen of wie ze zijn.
Een zoon zal zich in een zeer vroeg stadium van zijn leven,
geschrokken door de afwezigheid en zielloosheid van de vader, afvragen: “Wat is
er gebeurd met mijn vader? Waar is hij? Wat is hem overkomen dat hij zo
onbereikbaar is, zo agressief en dominant of juist zo passief en lamgeslagen?
Waarom is hij niet zichzelf en verbergt hij zich achter maskers?”
De verloren zoon
Zonder contact met zijn vader is de zoon verloren. Zijn vader is zijn eerste voorbeeld van mannelijkheid, en om een man te worden zal hij de verbinding met zijn vader moeten maken. Maar als zijn vader afwezig is, heeft de zoon niets om zich op te richten. Hij zal zich stil in zichzelf terugtrekken of ergens anders voorbeelden van mannelijkheid opzoeken.
De voorbeelden van verloren zonen in het dagelijkse leven
zijn talloos.
Zo zijn er de zonen die het mislukken van hun vader en de
openlijke of verholen kritiek daarop van de moeder goed proberen te maken door
de ladder van succes te beklimmen, in de hoop dat geld en roem redding kan
brengen. De zoon werkt zich kapot, streeft naar orde en perfectie om zijn
innerlijke chaos en eenzaamheid te negeren, wordt uiteindelijk ziek of gestrest
en op zijn veertigste belandt hij in een mid-life crisis. Op eenzame hoogten
aangekomen breekt de ladder en de val naar beneden is lang en pijnlijk. Zijn vrouw
loopt bij hem weg, zijn kinderen willen niets meer met hem te maken hebben of
zijn gezondheid begeeft het.
Andere zonen zoeken het niet hogerop, maar dalen juist af in
de onderwereld. Ze hebben gezien hoe de wereld van werk en succes hun vader
gebroken heeft en weigeren er iets mee van doen te hebben. Ze zetten zich af
tegen uiterlijk vertoon, geld en macht, en dossen zich uit in de kleuren van de
onderwereld. Ze dragen zwarte kleding met doodshoofden erop, kettingen en
ringen door hun neus en ze draaien 'duivelse' muziek. Ze doen er alles aan om
niet te worden als hun vader, maar ook zij lopen uiteindelijk vast. Ze raken
verslaafd aan de drank of aan de drugs en blijven hangen in de onderwereld.
De verloren zoon is ook de macho die zich bedient van een
pseudo-mannelijkheid om zijn onzekerheid en angst te verbergen. Hij denkt dat
de uiterlijke façade van macht, controle en beslistheid die hij bij andere
mannen ziet, hem tot een man maken, maar hij ziet niet dat achter het beeld van
de anderen er een even grote onzekerheid schuil gaat. Hij zou zich kunnen
scharen bij voetbalbendes om zijn mannelijkheid te bewijzen en zijn agressie te
uiten.
De softe man lijkt uiterlijk het tegenbeeld te zijn van de
macho, maar ook hij mist een mannelijke bodem om op te staan. In zijn
onzekerheid over zijn eigen mannelijke aard klampt hij zich vast aan een (te)
vrouwelijk beeld. Het is de man die zijn liefde en aandacht bij de vrouw zoekt
en zich verre houdt van de mannenwereld. De kunstenaar die zijn haar lang laat
groeien en zich afzet tegen autoriteit en gezag. De man die zich in kan leven
in de gevoelens van de ander, maar niet meer weet wat hij zelf wil. Hij is te
zacht. Hij wordt gedomineerd door zijn gevoelens en kan de kracht niet meer
opbrengen om voor zichzelf te gaan staan en te doen wat gedaan moet worden. Hij
zal van therapie naar therapie gaan om steeds dieper te graven in de wereld van
zijn gevoel. Hij zal moeilijk de stap naar buiten kunnen maken, de wereld in om
zijn 'mannetje te staan'.
Een verloren zoon zal zich bewust of onbewust afvragen wat
er fout is bij hemzelf. Diep in hem zit de angst om de werkelijkheid onder ogen
te zien: de pijn zijn vader niet te kennen, en daarmee een deel van zichzelf
niet.
Van jongen naar man
In oude culturen werd de overgang van jongen naar man vaak op rituele wijze georganiseerd. Middels initatie-rituelen werd de zoon, die in de pubertijd kwam, weggehaald bij de moeder, het bos ingestuurd met enkele opdrachten en vervolgens opgenomen in de cirkel van de mannen van de stam. De zoon moest het warme, veilige nest verlaten en loskomen van zijn familie of gezin: kortom, hij moest de wereld van de moeder loslaten, de wereld die hem beschermde, die hem voedde en vertroetelde. De tijd van kind-zijn was voorbij, er lagen taken en verantwoordelijkheden te wachten.
In onze tijd ontbreekt iedere vorm van initiatie. We hebben
nog enkele roestige overblijfselen van initiatie in de vorm van
studentenontgroeningen en tot voor kort de militaire dienstplicht: 'Het leger
maakt een man van je.' Maar net zoals de meeste rituelen in onze maatschappij
vlak en leeg zijn geworden, is ook hier de diepere waarde verloren gegaan. Het
ritueel is een vorm zonder inhoud geworden. Van rituele momenten als het
huwelijk, geboorte, doodgaan, de eerste seksuele ervaring e.d. is vaak niet
meer over dan een ceremonie waarin de uiterlijke structuren en regels de
boventoon voeren. Moore en Gilette stellen in hun boek 'King, Warrior,
Magician, Lover': "Door rituelen en inwijding uit onze cultuur te
verwijderen zijn we de mogelijkheden kwijtgeraakt waardoor zowel mannen als
vrouwen hun eigen identiteit kunnen vinden op een diepe volwassen en
levensbekrachtigende manier." Jongeren die niet zijn ingewijd zullen zelf
naar manieren zoeken om los te komen van hun ouders. Ze zullen zich afzetten,
zich uitdossen op manieren die hun ouders verafschuwen en alles doen wat niet
hoort in de ogen van hun ouders of van de maatschappij.
De macht van de moeder
In verhalen en mythen wordt vaak op symbolische wijze de ontwikkeling van jongen naar man beschreven. Een van die mythen is het verhaal van Parcival en de heilige Graal. Parcival is door zijn moeder opgevoed en kent zijn vader niet. De vader is ook in mythen vaak afwezig in het leven van de zoon, en de ontwikkeling van de zoon bestaat vaak uit een zoektocht naar de vader. Parcivals vader was een ridder die gesneuveld is in de strijd. Zijn moeder probeert hem onwetend te houden van deze ridderlijke wereld, bang als ze is dat hij op zijn vader gaat lijken en in zijn voetsporen zal treden.
Iedere moeder en iedere zoon zal zich herkennen in dit
verhaal; de moeder is bang dat haar zoon haar verlaat en net zo zal worden als
zijn vader. "Zie je wel, je bent net als je vader', zal ze hem verwijtend
toespreken. Ze zal alles doen om haar lieve kleine jongen ver van de
mannenwereld te houden. Het is een wereld die gevaarlijk en grof is, waar
geweld en ruwheid de boventoon voeren of waar voor hoge idealen veel strijd
wordt gevoerd.
Maria Advaita Bach, een Duitse therapeute, beschrijft hoe zij
de moeder-zoon problematiek dikwijls meemaakt bij haar cliÎnten: ëHet algemene
beeld is dit: de zoon is volwassen, ergens in de veertig. De moeder zal nog
enige decennia leven. Als ze naast man en kinderen geen levensinhoud heeft,
waar zal ze dan haar energie in stoppen? Terwijl de man in de tijd, dat de
kinderen het huis verlaten, zich meestal op het hoogtepunt van zijn carrière
bevindt, staat zij voor een gapende leegte. Het enige wat haar overblijft is
haar invloed op haar kinderen, vooral op de zonen, die als volwassenen ook de
machtswereld van de mannen representeren. Zolang ze haar macht over de zoon nog
voelt, heeft ze nog een voet tussen de deur, heeft ze nog iets te zeggen in een
wereld die haar onthouden wordt. Haar machtsaanspraak is dikwijls vermomd als
moederlijke zorg. Terwijl de vaders steeds hun 'afwezigheid' verweten wordt,
geldt voor de moeders het tegendeel: ze zijn er altijd. Leven schenken, voeden
en beschermen gaat vaak naadloos over in beheersen, manipuleren en gebruiken.
De rol van de mentor
In initiatieverhalen krijgt de zoon vaak de hulp van een oude wijze, een mentor of geestelijke vader die hem helpt los te komen van de ouders. Een man die hem helpt zijn eigen identiteit te vinden, verschillend van de ouders. In de onder jongeren zeer populaire Star Wars trilogie is het de wijze Obi Wan Kenobi die de rol van mentor speelt voor de jonge en onervaren Luke Skywalker. Luke moet het gevecht aangaan met Darth Vader, de kwade macht die uiteindelijk zijn vader blijkt te zijn. Obi Wan leert hem het verschil tussen goed en kwaad en het gebruik van 'The Force', waarmee hij uiteindelijk zijn vader overwint. Een mentor heeft de kwaliteit van een koning: hij zegent jongeren en geeft ze de plek die hun toekomt. Hij leert hun wat het is om een man en een mens te zijn en geeft hun daarmee een begrip van hun identiteit en hun rol in de wereld.
Maar zoals het grootste probleem van vaders is dat ze veelal
afwezig zijn zo geldt hetzelfde probleem voor geestelijke vaders: er is een
gebrek aan mentoren of initiatoren. Mannen die verantwoordelijkheid willen
dragen voor een jongere generatie, die jongeren belangeloos een helpende hand
toesteken, hen begeleiden, hen wijzen op de valkuilen in het leven en hen niet
laten vallen als ze fouten begaan.
We hebben geluk als we in onze jeugd een sportcoach, een
leraar of een baas treffen die iets van die mentorkwaliteit bezit en ons
houvast geeft. Die ons inwijdt in de kennis en kunde van zijn vak maar
belangrijker nog in de geheimen van het leven: Hoe ga ik om met macht en
onmacht? Wat is mijn rol in de wereld? Hoe benaderen we een vrouw op een goede
manier, zonder onszelf te verliezen? Hoe gaan we om met onze eigen agressie of
onvermogen? Hoe kunnen we fouten onder ogen zien zonder onze eigenwaarde te
verliezen? Hoe gaan we om met conflicten? Allemaal vragen die de zoon op zijn
levenspad tegenkomt en waar hij een antwoord op zal moeten vinden om zijn eigen
identiteit te vinden.
De man als boeman
In deze tijd zien we echter dat veel mannen verward zijn over hun identiteit als man. In het Belgische programma 'Volle Maan', waarin vijf vrouwen een man ondervragen, vertelde een man: "Ik weet niet meer of ik er nu wel of niet op mag. Moet ik nu gevoelig en soft zijn, of wild en macho." De veranderende rolpatronen tussen mannen en vrouwen hebben de man in onzekerheid gebracht over zijn eigen rol. Waar mannen in contact zijn gekomen met hun gevoeligheid en hun onzekerheid, zo zijn vrouwen in contact gekomen met hun strijdvaardigheid en zekerheid. Vrouwen hebben de afgelopen decennia gestreden voor hun rechten en eisten hun terechte plaats en waardigheid weer op in de door mannen gedomineerde wereld. Maar naast veel goeds heeft het feminisme een hoop schade aangericht aan de mannelijke ziel. Mannen werden seksisten, beesten die vrouwen onderdrukken, oorlog voeren en kinderen verkrachten. Mannen waren sukkels, armzalige personen of autoritaire klootzakken. Ze hadden afgedaan.
Ook in de reclame, op de televisie en in andere dag- of
weekbladen leek er een teneur te zijn om de man negatief of kleinerend af te
schilderen. Sommigen gingen zelfs zover dat ze wetenschappelijk konden bewijzen
dat de man biologisch inferieur is aan de vrouw. Wat eeuwenlang omgekeerd was
gebeurd - de vrouw als biologisch inferieur wezen aan de man - werd met even
groot gemak omgedraaid.
Asa Baber, Playboy columnist verzuchtte ooit: "De
geschiedenis van de laatste 25 jaar is een aanval geweest op mannelijkheid. Wat
we daarmee gecreÎerd hebben zijn een aantal generaties van jonge mannen, die
denken dat het slecht is om mannelijk te zijn, dat het slecht is om agressief
te zijn, dat het slecht is om macho te zijn. Ik wil diezelfde woorden gebruiken
en zeggen dat het prima is om mannelijk te zijn. Mannelijkheid is niet per
definitie zelf-destruktief. Mannelijkheid is glorieus, schitterend, sexueel,
humorvol, uitdagend."
Mannelijke trots
De zoektocht van verloren zoon naar trotse man vinden we op symbolische wijze verwoord in een van de meest populaire kinderfilms: de Leeuwekoning. Simba, de jonge koning, is na de moord op zijn vader zo ver mogelijk gevlucht. Hij wil niet meer herinnerd worden aan wie hij was. Hij leeft zijn leven, maar durft zijn ware aard niet onder ogen te zien. Simba is het prototype van de nix-generatie, de generatie van de verloren zonen. Het zijn vaak gevoelige jongeren, met een grote rijkdom aan creativiteit en spiritueel inzicht, maar ze weten er geen plek voor te vinden in de maatschappij. Vaak keren ze zich af van de wereld en begeven zich in de marge van de samenleving. Ze maken zich druk om het milieu en de toestand van de aarde maar zien geen mogelijkheid daar verandering in aan te brengen. Ze rebelleren tegen de wereld van hun vaders, of creÎren hun eigen wereldje. Ze blijven liever prins dan koning te worden.
Pas als Simba wordt geconfronteerd met het beeld van zijn
overleden vader, overweegt hij om terug te keren naar zijn rijk om de
verantwoordelijkheid van het koningschap op zich te nemen.
Maar Simba worstelt met de vraag of hij geaccepteerd zal
worden als hij terugkeert naar Pride Rock, de koningsrots. Zullen ze zijn
schuld vergeven, de moord op zijn vader, die hij - weliswaar onterecht- als een
vloek met zich meedraagt. Durft hij weer in zijn kracht te gaan staan en te
leven vanuit zijn hart; te regeren vanuit het centrum van het rijk? Zullen ze
hem nemen zoals hij is? En daarachter ligt de vraag: Neemt hij zichzelf zoals
hij is?
Het is een vraag waar veel jonge mannen in deze tijd mee
worstelen. "Word ik geaccepteerd als ik mezelf ben? Durf ik mijn eigen weg
te volgen, of wijk ik voor de oordelen van mijn collega's, familie, partner,
vrienden of de maatschappij?
In de film moet
Simba strijden met zijn oom Scar - wat 'wond' of 'litteken' betekent - die zijn
vader vermoord heeft. In symbolische zin moet een verloren zoon zijn eigen pijn
en littekens uit zijn jeugd overwinnen, dezelfde pijn die zijn vader 'vermoord'
heeft of heeft doen overhellen naar het kwaad, zoals bij Darth Vader het geval
is. Dan pas kan hij zijn plek innemen in de cirkel van het leven en zich weer
trots voelen - Pride - over wie hij is.
De uitdaging
Ik denk dat een van de grootste uitdagingen van deze tijd is dat mannen zich gaan bezinnen over de rol die ze spelen en de uitdaging oppakken die voor ze ligt. Niet meer overheersen vanuit een oud dominant beeld van manneljjkheid, maar ook niet terugwijken uit angst of schaamte. De kunst bestaat eruit met gevoeligheid én betrokkenheid de plek in te nemen in de wereld van gezin, werk en samenleving.
Daarbij ligt er een grote taak voor mannen om zorg te gaan
dragen voor elkaar en voor de generatie jongeren. Als we dat niet doen vrees ik
dat we over enkele jaren verbaasd in de krant zullen lezen dat tegenwoordig 50%
van de jonge mannen zelfmoord pleegt en de andere 50% zich in voetbalbendes
tegen elkaar keert.
Lees ook : De Terugkeer van de Koning, het boek voor mannen
over liefde, lust en leiderschap